Naar de inhoud

ronddansen

d rondbewegen

ronddansen

werkwoord /rɔntˈdɑnsən/

Betekenis

  1. d rondbewegen

Hoe spreek je ronddansen uit?

/rɔntˈdɑnsən/

Ronddansen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /rɔntˈdɑnsən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
r rood
ɔ bot
n nek
t tak
d dak
ɑ bad
s sok
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. dansend rondbewegen unergative

Vervoeging van ronddansen

ronddansenhele werkwoord — danste rondverleden tijd enkelvoud — dansten rondverleden tijd meervoud — rondgedanstvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik dans rond danste rond
jij danst rond danste rond
hij, zij, het danst rond danste rond
wij dansen rond dansten rond
jullie dansen rond dansten rond
zij dansen rond dansten rond
Alle 74 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
dans rond gebiedende wijs
danste rond verleden tijd
ev. gebiedende wijs
had rondgedanst voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had rondgedanst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had rondgedanst voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden rondgedanst voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden rondgedanst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden rondgedanst voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt rondgedanst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb rondgedanst voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben rondgedanst actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben rondgedanst voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben rondgedanst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben rondgedanst voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt rondgedanst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft rondgedanst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft rondgedanst voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
rond te dansen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
rond te zullen dansen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
rond zal dansen bijzin, toekomende tijd
rond zou dansen bijzin, voorwaardelijk
rond zouden dansen bijzin, voorwaardelijk
rond zoudt dansen bijzin, voorwaardelijk
rond zullen dansen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
rond zullen dansen bijzin, toekomende tijd
rond zult dansen bijzin, toekomende tijd
ronddans bijzin, tegenwoordige tijd
ronddansend onvoltooid, deelwoord
ronddanst bijzin, tegenwoordige tijd
ronddanste bijzin, verleden tijd
ronddansten bijzin, verleden tijd
rondgedanst verleden tijd, deelwoord
rondgedanst te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
rondgedanst zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
te hebben rondgedanst actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen ronddansen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal ronddansen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal ronddansen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal ronddansen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal ronddansen bijzin, toekomende tijd
zal rondgedanst hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal rondgedanst hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal rondgedanst hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou ronddansen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou ronddansen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou ronddansen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou ronddansen bijzin, voorwaardelijk
zou rondgedanst hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou rondgedanst hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou rondgedanst hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou(dt) ronddansen rond zou(dt) dansen bijzin, voorwaardelijk
zouden ronddansen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ronddansen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ronddansen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden ronddansen bijzin, voorwaardelijk
zouden rondgedanst hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden rondgedanst hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden rondgedanst hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt ronddansen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt ronddansen bijzin, voorwaardelijk
zoudt rondgedanst hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen ronddansen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen ronddansen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ronddansen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ronddansen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen ronddansen bijzin, toekomende tijd
zullen rondgedanst hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen rondgedanst hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen rondgedanst hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult ronddansen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult ronddansen bijzin, toekomende tijd
zult rondgedanst hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult/zal ronddansen rond zult/zal dansen bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van rond bw en dansen ww

Woordfamilie van ronddansen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
dans rond gebiedende wijs ronddansen
danse rond woordvorm ronddansen
dansen rond aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon ronddansen
danst rond aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon ronddansen
danste rond verleden tijd ronddansen
dansten rond aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon ronddansen
ronddans subordinate-clause, tegenwoordige tijd ronddansen
ronddanse with-subordinate-clause ronddansen
ronddansend onvoltooid deelwoord ronddansen
ronddansende woordvorm ronddansen
ronddanst subordinate-clause, tegenwoordige tijd ronddansen
ronddanste subordinate-clause, verleden tijd ronddansen
ronddansten subordinate-clause, verleden tijd ronddansen
rondgedanst voltooid deelwoord ronddansen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ronddansen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over ronddansen

Hoe spreek je ronddansen uit?
De uitspraak van ronddansen is: /rɔntˈdɑnsən/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent ronddansen?
Ronddansen is een werkwoord. Het woord betekent: d rondbewegen. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je ronddansen?
Je vervoegt ronddansen als volgt: het voltooid deelwoord is rondgedanst. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op ronddansen?

In dit woordenboek rijmen 12 woorden op -ansen op ronddansen, zoals dansen, herkansen en volksdansen. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op ronddansen, uitspraak rɔntˈdɑnsən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
dansen 2
herkansen 3
volksdansen 4
sjansen 2
bijenschansen 4
bloemenkransen 4
jansen 2
kansen 2
overlijdenskansen 6
regenkansen 4
zigeunerdansen 5
zwansen 2

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord ronddansen is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. R 2
  2. O 1
  3. N 1
  4. D 2
  5. D 2
  6. A 1
  7. N 1
  8. S 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

ronddansen levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 54 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. R 2
  2. O 1
  3. N 1
  4. D 2
  5. D 2
  6. A 1
  7. N 1
  8. S 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 14 zonder bonus
  12. 54 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (R) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

ronddansen in het kort

ronddansen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van ronddansen zijn 45 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort ronddansen bij een woordfamilie van 14 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

ronddansen: d rondbewegen
Deel ronddansen — standaardnederlands.nl