herkansen
werkwoord hɛrˈkɑnsə(n)Betekenis
- een examen of test opnieuw afleggen in de hoop van een betere uitkomst
- tweede betekenisomschrijving
- enz.
Hoe spreek je herkansen uit?
/hɛrˈkɑnsən/
Herkansen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| h | hoed |
| ɛ | bed |
| r | rood |
| k | kat |
| ɑ | bad |
| n | nek |
| s | sok |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van herkansen
herkansenhele werkwoord — herkansteverleden tijd enkelvoud — herkanstenverleden tijd meervoud — herkanstvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | herkans | herkanste |
| jij | herkanst | herkanste |
| hij, zij, het | herkanst | herkanste |
| wij | herkansen | herkansten |
| jullie | herkansen | herkansten |
| zij | herkansen | herkansten |
Alle 88 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| er is herkanst | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was herkanst | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd herkanst | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt herkanst | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal herkanst worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal herkanst zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou herkanst worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou herkanst zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had herkanst | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had herkanst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had herkanst | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden herkanst | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden herkanst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden herkanst | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt herkanst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb herkanst | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben herkanst | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben herkanst | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben herkanst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben herkanst | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt herkanst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft herkanst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft herkanst | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| herkans | gebiedende wijs |
| herkanse | aanvoegende wijs |
| herkansend | onvoltooid, deelwoord |
| herkanst | verleden tijd, deelwoord |
| herkanst te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| herkanst te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| herkanst te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| herkanst te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| herkanst te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| herkanst worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| herkanst zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| herkanst zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| herkanst zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| herkanst zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| herkanste | verleden tijd |
| is herkanst | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben herkanst | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te herkansen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen herkansen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waren herkanst | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was herkanst | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd herkanst | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werden herkanst | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| worden herkanst | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt herkanst | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| zal herkansen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal herkansen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal herkansen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal herkanst hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal herkanst hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal herkanst hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal herkanst worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal herkanst zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn herkanst | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zou herkansen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou herkansen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou herkansen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou herkanst hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou herkanst hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou herkanst hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou herkanst worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou herkanst zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden herkansen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden herkansen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden herkansen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden herkanst hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden herkanst hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden herkanst hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden herkanst worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden herkanst zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt herkansen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt herkanst hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen herkansen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen herkansen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen herkansen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen herkansen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen herkanst hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen herkanst hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen herkanst hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen herkanst worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen herkanst zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult herkansen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult herkanst hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van kansen met het voorvoegsel her-
Woordfamilie van herkansen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| herkans | gebiedende wijs | herkansen |
| herkanse | aanvoegende wijs | herkansen |
| herkansend | onvoltooid deelwoord | herkansen |
| herkansende | woordvorm | herkansen |
| herkanst | voltooid deelwoord | herkansen |
| herkanste | verleden tijd | herkansen |
| herkansten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | herkansen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van herkansen zijn vastgelegd.