leenroerig
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- afkomstig en afhankelijk van een leenheer
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| leenroerige | verbogen, stellende trap |
| leenroerigs | partitief, stellende trap |
Herkomst
Samenstellende afleiding van leen en de stam van roeren met het achtervoegsel -ig
Woordfamilie van leenroerig
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| leenroerige | verbogen vorm | leenroerig |
| leenroerigs | partitive, positive | leenroerig |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van leenroerig zijn vastgelegd.