roerbakken
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈrurbɑkə(n)Betekenis
- een kooktechniek voor het bereiden van voedsel in een wok, in sterk verhitte olie en op een hoog vuur onder veelvuldig roeren
Hoe spreek je roerbakken uit?
/ˈrurbɑkən/
Roerbakken bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| r | rood |
| u | boek |
| b | bak |
| ɑ | bad |
| k | kat |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van roerbakken
roerbakkenhele werkwoord — roerbakteverleden tijd enkelvoud — roerbaktenverleden tijd meervoud — geroerbaktvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | roerbak | roerbakte |
| jij | roerbakt | roerbakte |
| hij, zij, het | roerbakt | roerbakte |
| wij | roerbakken | roerbakten |
| jullie | roerbakken | roerbakten |
| zij | roerbakken | roerbakten |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is geroerbakt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geroerbakt | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geroerbakt | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geroerbakt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geroerbakt worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geroerbakt zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geroerbakt worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geroerbakt zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geroerbakt | verleden tijd, deelwoord |
| geroerbakt te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geroerbakt zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geroerbakt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geroerbakt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geroerbakt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geroerbakt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geroerbakt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geroerbakt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geroerbakt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geroerbakt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geroerbakt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geroerbakt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geroerbakt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geroerbakt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geroerbakt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geroerbakt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geroerbakt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| roerbak | gebiedende wijs |
| roerbakke | aanvoegende wijs |
| roerbakkend | onvoltooid, deelwoord |
| roerbakte | verleden tijd |
| te hebben geroerbakt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te roerbakken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen roerbakken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal geroerbakt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geroerbakt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geroerbakt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal roerbakken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal roerbakken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal roerbakken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou geroerbakt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geroerbakt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geroerbakt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou roerbakken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou roerbakken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou roerbakken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geroerbakt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geroerbakt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geroerbakt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden roerbakken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden roerbakken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden roerbakken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geroerbakt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt roerbakken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geroerbakt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geroerbakt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geroerbakt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen roerbakken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen roerbakken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen roerbakken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen roerbakken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geroerbakt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult roerbakken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord roerbak
Herkomst
samenstelling van roer ww en bakken ww
Woordfamilie van roerbakken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geroerbakt | voltooid deelwoord | roerbakken |
| geroerbakte | woordvorm | roerbakken |
| roerbakke | aanvoegende wijs | roerbakken |
| roerbakkend | onvoltooid deelwoord | roerbakken |
| roerbakkende | woordvorm | roerbakken |
| roerbakt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | roerbakken |
| roerbakte | verleden tijd | roerbakken |
| roerbakten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | roerbakken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van roerbakken zijn vastgelegd.