roepen
werkwoord, zelfstandig naamwoord /'ru.pə(n)/Betekenis
- met verheffing van stem de aandacht van iemand trachten te verkrijgen
- luidruchtig, duidelijk beweren
- uitnodigen
Hoe spreek je roepen uit?
/ˈrupən/
Roepen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| r | rood |
| u | boek |
| p | pak |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van roepen
roepenhele werkwoord — riepverleden tijd enkelvoud — riepenverleden tijd meervoud — geroepenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | roep | riep |
| jij | roept | riep |
| hij, zij, het | roept | riep |
| wij | roepen | riepen |
| jullie | roepen | riepen |
| zij | roepen | riepen |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben geroepen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geroepen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is geroepen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geroepen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geroepen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geroepen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geroepen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geroepen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geroepen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geroepen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geroepen | verleden tijd, deelwoord |
| geroepen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geroepen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geroepen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geroepen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geroepen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geroepen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geroepen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geroepen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geroepen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geroepen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geroepen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geroepen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geroepen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geroepen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geroepen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geroepen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geroepen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geroepen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geroepen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geroepen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geroepen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geroepen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geroepen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geroepen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geroepen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is geroepen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geroepen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| riep | verleden tijd |
| roep | gebiedende wijs |
| roepe | aanvoegende wijs |
| roepend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben geroepen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te roepen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen roepen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geroepen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geroepen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geroepen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geroepen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geroepen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geroepen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geroepen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geroepen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geroepen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geroepen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geroepen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geroepen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geroepen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geroepen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geroepen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geroepen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geroepen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geroepen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geroepen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geroepen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal geroepen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geroepen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geroepen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geroepen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geroepen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geroepen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geroepen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal roepen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal roepen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal roepen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn geroepen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geroepen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geroepen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geroepen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou geroepen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geroepen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geroepen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geroepen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geroepen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geroepen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geroepen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geroepen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geroepen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou roepen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou roepen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou roepen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geroepen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geroepen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geroepen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geroepen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geroepen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geroepen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geroepen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geroepen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geroepen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden roepen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden roepen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden roepen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geroepen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geroepen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geroepen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt roepen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geroepen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geroepen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geroepen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geroepen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geroepen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geroepen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geroepen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geroepen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geroepen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen roepen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen roepen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen roepen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen roepen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geroepen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geroepen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geroepen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult roepen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord roep
Herkomst
In de betekenis van ‘schreeuwen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 901
Woordfamilie van roepen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| riep | verleden tijd | roepen |
| riepen | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | roepen |
| riept | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, enkelvoud, 2e persoon | roepen |
| roepe | aanvoegende wijs | roepen |
| roept | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | roepen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van roepen zijn vastgelegd.