Naar de inhoud

schreeuwen

luid en geforceerd gebruik van het stemgeluid

schreeuwen is meer dan één woord

schreeuwen

werkwoord, zelfstandig naamwoord /ˈsxreːʋə(n)/

Betekenis

  1. luid en geforceerd gebruik van het stemgeluid

Hoe spreek je schreeuwen uit?

/ˈsxrewən/

Schreeuwen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈsxrewən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
s sok
x acht
r rood
e veel
w quiz
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. luid en geforceerd gebruiken van het stemgeluid transitive

Vervoeging van schreeuwen

schreeuwenhele werkwoord — schreeuwdeverleden tijd enkelvoud — schreeuwdenverleden tijd meervoud — geschreeuwdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik schreeuw schreeuwde
jij schreeuwt schreeuwde
hij, zij, het schreeuwt schreeuwde
wij schreeuwen schreeuwden
jullie schreeuwen schreeuwden
zij schreeuwen schreeuwden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is geschreeuwd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geschreeuwd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geschreeuwd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geschreeuwd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geschreeuwd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geschreeuwd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geschreeuwd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geschreeuwd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geschreeuwd verleden tijd, deelwoord
geschreeuwd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geschreeuwd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geschreeuwd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geschreeuwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geschreeuwd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geschreeuwd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geschreeuwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geschreeuwd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geschreeuwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geschreeuwd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geschreeuwd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geschreeuwd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geschreeuwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geschreeuwd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geschreeuwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geschreeuwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geschreeuwd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
schreeuw gebiedende wijs
schreeuwde verleden tijd
schreeuwe aanvoegende wijs
schreeuwend onvoltooid, deelwoord
te hebben geschreeuwd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te schreeuwen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen schreeuwen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal geschreeuwd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geschreeuwd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geschreeuwd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal schreeuwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal schreeuwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal schreeuwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou geschreeuwd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geschreeuwd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geschreeuwd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou schreeuwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou schreeuwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou schreeuwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geschreeuwd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geschreeuwd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geschreeuwd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden schreeuwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden schreeuwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden schreeuwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geschreeuwd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt schreeuwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geschreeuwd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geschreeuwd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geschreeuwd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen schreeuwen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen schreeuwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen schreeuwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen schreeuwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geschreeuwd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult schreeuwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord schreeuw

Herkomst

Klankwettig ontwikkeld uit (gereconstrueerd) *skrai-wōn, met *wa- suffix, naast simplex vorm (Oudgermaans) *skrai-, vergelijk Nederlands schreien, Duits schreien .

Woordfamilie van schreeuwen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geschreeuwd voltooid deelwoord schreeuwen
geschreeuwde woordvorm schreeuwen
schreeuwde verleden tijd schreeuwen
schreeuwden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon schreeuwen
schreeuwe aanvoegende wijs schreeuwen
schreeuwt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon schreeuwen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schreeuwen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over schreeuwen

Hoe spreek ik schreeuwen uit?
Zo spreek je schreeuwen uit: /ˈsxreːʋə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van schreeuwen?
Schreeuwen is een werkwoord. De betekenis is: luid en geforceerd gebruik van het stemgeluid. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik schreeuwen?
Zo vervoeg je schreeuwen zo: de tegenwoordige tijd is schreeuw, de verleden tijd is schreeuwde en het voltooid deelwoord is geschreeuwd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op schreeuwen?

Schreeuwen rijmt op 2 woorden op -eeuwen; flambeeuwen en leeuwen bijvoorbeeld. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op schreeuwen, uitspraak ˈsxrewən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
flambeeuwen 3
leeuwen 2

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord schreeuwen is 26 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. C 5
  3. H 4
  4. R 2
  5. E 1
  6. E 1
  7. U 4
  8. W 5
  9. E 1
  10. N 1
  11. 26 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

schreeuwen levert met Wordfeud minimaal 24 en maximaal 102 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. C 5
  3. H 4
  4. R 2
  5. E 1
  6. E 1
  7. U 2
  8. W 5
  9. E 1
  10. N 1
  11. 24 zonder bonus
  12. 102 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

schreeuwen in het kort

schreeuwen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van schreeuwen staan er 40 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort schreeuwen bij een woordfamilie van 6 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

schreeuwen: luid en geforceerd gebruik van het stemgeluid
Deel schreeuwen — standaardnederlands.nl