schreeuwen
werkwoord, zelfstandig naamwoord /ˈsxreːʋə(n)/Betekenis
- luid en geforceerd gebruik van het stemgeluid
Hoe spreek je schreeuwen uit?
/ˈsxrewən/
Schreeuwen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| x | acht |
| r | rood |
| e | veel |
| w | quiz |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- luid en geforceerd gebruiken van het stemgeluid transitive
Vervoeging van schreeuwen
schreeuwenhele werkwoord — schreeuwdeverleden tijd enkelvoud — schreeuwdenverleden tijd meervoud — geschreeuwdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | schreeuw | schreeuwde |
| jij | schreeuwt | schreeuwde |
| hij, zij, het | schreeuwt | schreeuwde |
| wij | schreeuwen | schreeuwden |
| jullie | schreeuwen | schreeuwden |
| zij | schreeuwen | schreeuwden |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is geschreeuwd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geschreeuwd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geschreeuwd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geschreeuwd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geschreeuwd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geschreeuwd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geschreeuwd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geschreeuwd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geschreeuwd | verleden tijd, deelwoord |
| geschreeuwd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geschreeuwd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geschreeuwd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geschreeuwd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geschreeuwd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geschreeuwd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geschreeuwd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geschreeuwd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geschreeuwd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geschreeuwd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geschreeuwd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geschreeuwd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geschreeuwd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geschreeuwd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geschreeuwd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geschreeuwd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geschreeuwd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| schreeuw | gebiedende wijs |
| schreeuwde | verleden tijd |
| schreeuwe | aanvoegende wijs |
| schreeuwend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben geschreeuwd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te schreeuwen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen schreeuwen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal geschreeuwd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geschreeuwd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geschreeuwd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal schreeuwen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal schreeuwen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal schreeuwen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou geschreeuwd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geschreeuwd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geschreeuwd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou schreeuwen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou schreeuwen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou schreeuwen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geschreeuwd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geschreeuwd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geschreeuwd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden schreeuwen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden schreeuwen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden schreeuwen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geschreeuwd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt schreeuwen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geschreeuwd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geschreeuwd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geschreeuwd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen schreeuwen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen schreeuwen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen schreeuwen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen schreeuwen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geschreeuwd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult schreeuwen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord schreeuw
Herkomst
Klankwettig ontwikkeld uit (gereconstrueerd) *skrai-wōn, met *wa- suffix, naast simplex vorm (Oudgermaans) *skrai-, vergelijk Nederlands schreien, Duits schreien .
Woordfamilie van schreeuwen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geschreeuwd | voltooid deelwoord | schreeuwen |
| geschreeuwde | woordvorm | schreeuwen |
| schreeuwde | verleden tijd | schreeuwen |
| schreeuwden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | schreeuwen |
| schreeuwe | aanvoegende wijs | schreeuwen |
| schreeuwt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | schreeuwen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schreeuwen zijn vastgelegd.