Naar de inhoud

riskeren

blootstellen aan een kans op verlies

riskeren

werkwoord

Betekenis

  1. blootstellen aan een kans op verlies
  2. tweede betekenisomschrijving
  3. enz.

Vervoeging van riskeren

riskerenhele werkwoord — riskeerdeverleden tijd enkelvoud — riskeerdenverleden tijd meervoud — geriskeerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik riskeer riskeerde
jij riskeert riskeerde
hij, zij, het riskeert riskeerde
wij riskeren riskeerden
jullie riskeren riskeerden
zij riskeren riskeerden
Alle 88 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
er is geriskeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geriskeerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geriskeerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geriskeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geriskeerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geriskeerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geriskeerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geriskeerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geriskeerd verleden tijd, deelwoord
geriskeerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geriskeerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geriskeerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geriskeerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geriskeerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geriskeerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geriskeerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geriskeerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geriskeerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geriskeerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geriskeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geriskeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geriskeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geriskeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geriskeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geriskeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geriskeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geriskeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geriskeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geriskeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geriskeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geriskeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geriskeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geriskeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geriskeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is geriskeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
riskeer gebiedende wijs
riskeerde verleden tijd
riskere aanvoegende wijs
riskerend onvoltooid, deelwoord
te hebben geriskeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te riskeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen riskeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waren geriskeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geriskeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geriskeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werden geriskeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
worden geriskeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geriskeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
zal geriskeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geriskeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geriskeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geriskeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geriskeerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal riskeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal riskeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal riskeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn geriskeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zou geriskeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geriskeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geriskeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geriskeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geriskeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou riskeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou riskeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou riskeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geriskeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geriskeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geriskeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geriskeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geriskeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden riskeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden riskeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden riskeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geriskeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt riskeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geriskeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geriskeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geriskeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geriskeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geriskeerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen riskeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen riskeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen riskeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen riskeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geriskeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult riskeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘wagen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1777

Woordfamilie van riskeren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geriskeerd voltooid deelwoord riskeren
geriskeerde woordvorm riskeren
riskeer gebiedende wijs riskeren
riskeerde verleden tijd riskeren
riskeerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon riskeren
riskeert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon riskeren
riskere aanvoegende wijs riskeren
riskerend onvoltooid deelwoord riskeren
riskerende woordvorm riskeren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van riskeren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over riskeren

Wat betekent riskeren?
Riskeren is een werkwoord. Het woord betekent: blootstellen aan een kans op verlies. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je riskeren?
Je vervoegt riskeren als volgt: de tegenwoordige tijd is riskeer, de verleden tijd is riskeerde en het voltooid deelwoord is geriskeerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord riskeren is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. R 2
  2. I 1
  3. S 2
  4. K 3
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

riskeren levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 60 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. R 2
  2. I 2
  3. S 2
  4. K 3
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 14 zonder bonus
  10. 60 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (K) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

riskeren in het kort

riskeren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van riskeren zijn 65 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort riskeren bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

riskeren: blootstellen aan een kans op verlies
Deel riskeren — standaardnederlands.nl