Naar de inhoud

riedelen

ongeïnspireerd, snel afraffelend, spelen

riedelen

werkwoord

Betekenis

  1. ongeïnspireerd, snel afraffelend, spelen

Vervoeging van riedelen

riedelenhele werkwoord — riedeldeverleden tijd enkelvoud — riedeldenverleden tijd meervoud — geriedeldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik riedel riedelde
jij riedelt riedelde
hij, zij, het riedelt riedelde
wij riedelen riedelden
jullie riedelen riedelden
zij riedelen riedelden
Alle 88 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
er is geriedeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geriedeld impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geriedeld impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geriedeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geriedeld worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geriedeld zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geriedeld worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geriedeld zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geriedeld verleden tijd, deelwoord
geriedeld te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geriedeld te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geriedeld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geriedeld te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geriedeld te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geriedeld worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geriedeld zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geriedeld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geriedeld zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geriedeld zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geriedeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geriedeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geriedeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geriedeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geriedeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geriedeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geriedeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geriedeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geriedeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geriedeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geriedeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geriedeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geriedeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geriedeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geriedeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is geriedeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
riedel gebiedende wijs
riedelde verleden tijd
riedele aanvoegende wijs
riedelend onvoltooid, deelwoord
te hebben geriedeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te riedelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen riedelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waren geriedeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geriedeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geriedeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werden geriedeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
worden geriedeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geriedeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
zal geriedeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geriedeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geriedeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geriedeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geriedeld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal riedelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal riedelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal riedelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn geriedeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zou geriedeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geriedeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geriedeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geriedeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geriedeld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou riedelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou riedelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou riedelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geriedeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geriedeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geriedeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geriedeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geriedeld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden riedelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden riedelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden riedelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geriedeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt riedelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geriedeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geriedeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geriedeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geriedeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geriedeld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen riedelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen riedelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen riedelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen riedelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geriedeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult riedelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordfamilie van riedelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geriedeld voltooid deelwoord riedelen
geriedelde woordvorm riedelen
riedelde verleden tijd riedelen
riedelden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon riedelen
riedele aanvoegende wijs riedelen
riedelend onvoltooid deelwoord riedelen
riedelende woordvorm riedelen
riedelt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon riedelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van riedelen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over riedelen

Wat is de betekenis van riedelen?
Riedelen is een werkwoord. De betekenis is: ongeïnspireerd, snel afraffelend, spelen.
Hoe vervoeg ik riedelen?
Zo vervoeg je riedelen zo: de tegenwoordige tijd is riedel, de verleden tijd is riedelde en het voltooid deelwoord is geriedeld. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord riedelen is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. R 2
  2. I 1
  3. E 1
  4. D 2
  5. E 1
  6. L 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

riedelen levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 57 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. R 2
  2. I 2
  3. E 1
  4. D 2
  5. E 1
  6. L 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 13 zonder bonus
  10. 57 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (L) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

riedelen in het kort

riedelen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van riedelen staan er 65 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort riedelen bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

riedelen: ongeïnspireerd, snel afraffelend, spelen
Deel riedelen — standaardnederlands.nl