reproduceren
werkwoordBetekenis
- vermenigvuldigen met één of andere reproductietechniek zoals drukken, fysiek kopiëren
- weergeven (van beeld, geluid etc. met een apparaat vanuit een geheugen)
- weergeven (uit het innerlijk)
- zich ~: zich voortplanten
Vervoeging van reproduceren
reproducerenhele werkwoord — reproduceerdeverleden tijd enkelvoud — reproduceerdenverleden tijd meervoud — gereproduceerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | reproduceer | reproduceerde |
| jij | reproduceert | reproduceerde |
| hij, zij, het | reproduceert | reproduceerde |
| wij | reproduceren | reproduceerden |
| jullie | reproduceren | reproduceerden |
| zij | reproduceren | reproduceerden |
Alle 160 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gereproduceerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gereproduceerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gereproduceerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gereproduceerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gereproduceerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gereproduceerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gereproduceerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gereproduceerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gereproduceerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gereproduceerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gereproduceerd | verleden tijd, deelwoord |
| gereproduceerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gereproduceerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gereproduceerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gereproduceerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gereproduceerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gereproduceerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gereproduceerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gereproduceerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gereproduceerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gereproduceerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gereproduceerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gereproduceerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gereproduceerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gereproduceerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gereproduceerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gereproduceerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gereproduceerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gereproduceerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gereproduceerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gereproduceerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gereproduceerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gereproduceerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gereproduceerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gereproduceerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gereproduceerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gereproduceerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gereproduceerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| reproduceer | gebiedende wijs |
| reproduceer me | eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| reproduceer u/je , reproduceert je | gebiedende wijs |
| reproduceerde | verleden tijd |
| reproduceerde je | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| reproduceerde me | eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| reproduceerde u | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| reproduceerde u | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| reproduceerde zich | derde persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| reproduceerde zich/u | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| reproduceerde zich/u | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| reproduceerden je | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| reproduceerden ons | eerste persoon, verleden tijd, meervoud |
| reproduceerden zich | derde persoon, verleden tijd, meervoud |
| reproduceert je | tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| reproduceert u | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| reproduceert u | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| reproduceert zich | derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| reproduceert zich/u | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| reproduceert zich/u | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| reproducere | aanvoegende wijs |
| reproducere zich | aanvoegende wijs |
| reproduceren je | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| reproduceren ons | eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| reproduceren zich | derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| reproducerend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gereproduceerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te reproduceren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen reproduceren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gereproduceerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gereproduceerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gereproduceerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gereproduceerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gereproduceerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gereproduceerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gereproduceerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gereproduceerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gereproduceerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gereproduceerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gereproduceerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gereproduceerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gereproduceerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gereproduceerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gereproduceerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gereproduceerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gereproduceerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gereproduceerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gereproduceerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gereproduceerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gereproduceerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gereproduceerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gereproduceerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gereproduceerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gereproduceerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gereproduceerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gereproduceerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal me reproduceren | eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal reproduceren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal reproduceren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal reproduceren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal zich reproduceren | derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal, zult je reproduceren | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zich gereproduceerd hebben | verleden tijd |
| zich reproducerend | onvoltooid, deelwoord |
| zijn gereproduceerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gereproduceerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gereproduceerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gereproduceerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gereproduceerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gereproduceerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gereproduceerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gereproduceerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gereproduceerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gereproduceerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gereproduceerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gereproduceerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gereproduceerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou reproduceren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou reproduceren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou reproduceren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gereproduceerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gereproduceerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gereproduceerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gereproduceerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gereproduceerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gereproduceerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gereproduceerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gereproduceerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gereproduceerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden reproduceren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden reproduceren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden reproduceren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gereproduceerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gereproduceerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gereproduceerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt reproduceren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gereproduceerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gereproduceerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gereproduceerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gereproduceerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘weer voortbrengen’ voor het eerst aangetroffen in 1814
Woordfamilie van reproduceren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gereproduceerd | voltooid deelwoord | reproduceren |
| gereproduceerde | woordvorm | reproduceren |
| reproduceer | gebiedende wijs | reproduceren |
| reproduceerde | verleden tijd | reproduceren |
| reproduceerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | reproduceren |
| reproduceert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | reproduceren |
| reproducere | aanvoegende wijs | reproduceren |
| reproducerend | onvoltooid deelwoord | reproduceren |
| reproducerende | woordvorm | reproduceren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van reproduceren zijn vastgelegd.