Naar de inhoud

reproduceren

vermenigvuldigen met één of andere reproductietechniek zoals drukken, fysiek kopiëren

reproduceren

werkwoord

Betekenis

  1. vermenigvuldigen met één of andere reproductietechniek zoals drukken, fysiek kopiëren
  2. weergeven (van beeld, geluid etc. met een apparaat vanuit een geheugen)
  3. weergeven (uit het innerlijk)
  4. zich ~: zich voortplanten

Vervoeging van reproduceren

reproducerenhele werkwoord — reproduceerdeverleden tijd enkelvoud — reproduceerdenverleden tijd meervoud — gereproduceerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik reproduceer reproduceerde
jij reproduceert reproduceerde
hij, zij, het reproduceert reproduceerde
wij reproduceren reproduceerden
jullie reproduceren reproduceerden
zij reproduceren reproduceerden
Alle 160 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gereproduceerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gereproduceerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gereproduceerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gereproduceerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gereproduceerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gereproduceerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gereproduceerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gereproduceerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gereproduceerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gereproduceerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gereproduceerd verleden tijd, deelwoord
gereproduceerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gereproduceerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gereproduceerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gereproduceerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gereproduceerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gereproduceerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gereproduceerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gereproduceerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gereproduceerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gereproduceerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gereproduceerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gereproduceerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gereproduceerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gereproduceerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gereproduceerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gereproduceerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gereproduceerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gereproduceerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gereproduceerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gereproduceerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gereproduceerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gereproduceerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gereproduceerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gereproduceerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gereproduceerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gereproduceerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gereproduceerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
reproduceer gebiedende wijs
reproduceer me eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
reproduceer u/je , reproduceert je gebiedende wijs
reproduceerde verleden tijd
reproduceerde je tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
reproduceerde me eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud
reproduceerde u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
reproduceerde u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
reproduceerde zich derde persoon, verleden tijd, enkelvoud
reproduceerde zich/u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
reproduceerde zich/u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
reproduceerden je tweede persoon, verleden tijd, meervoud
reproduceerden ons eerste persoon, verleden tijd, meervoud
reproduceerden zich derde persoon, verleden tijd, meervoud
reproduceert je tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
reproduceert u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
reproduceert u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
reproduceert zich derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
reproduceert zich/u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
reproduceert zich/u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
reproducere aanvoegende wijs
reproducere zich aanvoegende wijs
reproduceren je tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
reproduceren ons eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
reproduceren zich derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
reproducerend onvoltooid, deelwoord
te hebben gereproduceerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te reproduceren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen reproduceren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gereproduceerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gereproduceerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gereproduceerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gereproduceerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gereproduceerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gereproduceerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gereproduceerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gereproduceerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gereproduceerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gereproduceerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gereproduceerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gereproduceerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gereproduceerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gereproduceerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gereproduceerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gereproduceerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gereproduceerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gereproduceerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gereproduceerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gereproduceerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gereproduceerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gereproduceerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gereproduceerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gereproduceerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gereproduceerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gereproduceerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gereproduceerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal me reproduceren eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal reproduceren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal reproduceren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal reproduceren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal zich reproduceren derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal, zult je reproduceren tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zich gereproduceerd hebben verleden tijd
zich reproducerend onvoltooid, deelwoord
zijn gereproduceerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gereproduceerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gereproduceerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gereproduceerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gereproduceerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gereproduceerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gereproduceerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gereproduceerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gereproduceerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gereproduceerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gereproduceerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gereproduceerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gereproduceerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou reproduceren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou reproduceren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou reproduceren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gereproduceerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gereproduceerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gereproduceerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gereproduceerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gereproduceerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gereproduceerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gereproduceerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gereproduceerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gereproduceerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden reproduceren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden reproduceren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden reproduceren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gereproduceerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gereproduceerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gereproduceerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt reproduceren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gereproduceerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gereproduceerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gereproduceerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gereproduceerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘weer voortbrengen’ voor het eerst aangetroffen in 1814

Woordfamilie van reproduceren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gereproduceerd voltooid deelwoord reproduceren
gereproduceerde woordvorm reproduceren
reproduceer gebiedende wijs reproduceren
reproduceerde verleden tijd reproduceren
reproduceerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon reproduceren
reproduceert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon reproduceren
reproducere aanvoegende wijs reproduceren
reproducerend onvoltooid deelwoord reproduceren
reproducerende woordvorm reproduceren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van reproduceren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over reproduceren

Wat betekent reproduceren?
Reproduceren is een werkwoord. Het woord betekent: vermenigvuldigen met één of andere reproductietechniek zoals drukken, fysiek kopiëren. Deze pagina beschrijft 4 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je reproduceren?
Je vervoegt reproduceren als volgt: de tegenwoordige tijd is reproduceer, de verleden tijd is reproduceerde en het voltooid deelwoord is gereproduceerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord reproduceren is 25 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. R 2
  2. E 1
  3. P 3
  4. R 2
  5. O 1
  6. D 2
  7. U 4
  8. C 5
  9. E 1
  10. R 2
  11. E 1
  12. N 1
  13. 25 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

reproduceren levert met Wordfeud minimaal 24 en maximaal 102 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. R 2
  2. E 1
  3. P 4
  4. R 2
  5. O 1
  6. D 2
  7. U 2
  8. C 5
  9. E 1
  10. R 2
  11. E 1
  12. N 1
  13. 24 zonder bonus
  14. 102 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

reproduceren in het kort

reproduceren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 4 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van reproduceren zijn 103 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort reproduceren bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

reproduceren: vermenigvuldigen met één of andere reproductietechniek zoals drukken, fysiek kopiëren
Deel reproduceren — standaardnederlands.nl