Naar de inhoud

teruggeven

weer aan de oorspronkelijke eigenaar overhandigen

teruggeven

werkwoord

Betekenis

  1. weer aan de oorspronkelijke eigenaar overhandigen

Vervoeging van teruggeven

teruggevenhele werkwoord — gaf terugverleden tijd enkelvoud — gaven terugverleden tijd meervoud — teruggegevenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik geef terug gaf terug
jij geeft terug gaaft terug
hij, zij, het geeft terug gaf terug
wij geven terug gaven terug
jullie geven terug gaven terug
zij geven terug gaven terug
Alle 146 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben teruggegeven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent teruggegeven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is teruggegeven impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was teruggegeven impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd teruggegeven impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt teruggegeven impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal teruggegeven worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal teruggegeven zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou teruggegeven worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou teruggegeven zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gaf terug verleden tijd
geef terug gebiedende wijs
had teruggegeven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had teruggegeven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had teruggegeven voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden teruggegeven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden teruggegeven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden teruggegeven voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt teruggegeven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb teruggegeven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben teruggegeven actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben teruggegeven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben teruggegeven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben teruggegeven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt teruggegeven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft teruggegeven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft teruggegeven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is teruggegeven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is teruggegeven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben teruggegeven actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen teruggeven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
terug te geven actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
terug te zullen geven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
terug zal geven bijzin, toekomende tijd
terug zou geven bijzin, voorwaardelijk
terug zouden geven bijzin, voorwaardelijk
terug zoudt geven bijzin, voorwaardelijk
terug zullen geven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
terug zullen geven bijzin, toekomende tijd
terug zult geven bijzin, toekomende tijd
teruggaaft bijzin, verleden tijd
teruggaf bijzin, verleden tijd
teruggaven bijzin, verleden tijd
teruggeef bijzin, tegenwoordige tijd
teruggeeft bijzin, tegenwoordige tijd
teruggegeven verleden tijd, deelwoord
teruggegeven te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
teruggegeven te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
teruggegeven te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
teruggegeven te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
teruggegeven te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
teruggegeven worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
teruggegeven zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
teruggegeven zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
teruggegeven zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
teruggegeven zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
teruggevend onvoltooid, deelwoord
waart teruggegeven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren teruggegeven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren teruggegeven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren teruggegeven voltooid, verleden tijd, derde persoon
was teruggegeven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was teruggegeven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was teruggegeven voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd teruggegeven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd teruggegeven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd teruggegeven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden teruggegeven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden teruggegeven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden teruggegeven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt teruggegeven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word teruggegeven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden teruggegeven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden teruggegeven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden teruggegeven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt teruggegeven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt teruggegeven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal teruggegeven hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal teruggegeven hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal teruggegeven hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal teruggegeven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal teruggegeven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal teruggegeven zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal teruggegeven zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal teruggeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal teruggeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal teruggeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal teruggeven bijzin, toekomende tijd
zijn teruggegeven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn teruggegeven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn teruggegeven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt teruggegeven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou teruggegeven hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou teruggegeven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou teruggegeven hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou teruggegeven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou teruggegeven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou teruggegeven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou teruggegeven zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou teruggegeven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou teruggegeven zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou teruggeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou teruggeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou teruggeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou teruggeven bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) teruggeven terug zou(dt) geven bijzin, voorwaardelijk
zouden teruggegeven hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden teruggegeven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden teruggegeven hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden teruggegeven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden teruggegeven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden teruggegeven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden teruggegeven zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden teruggegeven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden teruggegeven zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden teruggeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden teruggeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden teruggeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden teruggeven bijzin, voorwaardelijk
zoudt teruggegeven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt teruggegeven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt teruggegeven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt teruggeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt teruggeven bijzin, voorwaardelijk
zullen teruggegeven hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen teruggegeven hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen teruggegeven hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen teruggegeven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen teruggegeven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen teruggegeven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen teruggegeven zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen teruggegeven zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen teruggegeven zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen teruggeven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen teruggeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen teruggeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen teruggeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen teruggeven bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van terug bw en geven ww

Woordfamilie van teruggeven

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gaf terug verleden tijd teruggeven
gaven terug aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon teruggeven
geef terug gebiedende wijs teruggeven
geeft terug aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon teruggeven
geve terug woordvorm teruggeven
geven terug aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon teruggeven
teruggaf subordinate-clause, verleden tijd teruggeven
teruggeef subordinate-clause, tegenwoordige tijd teruggeven
teruggeeft subordinate-clause, tegenwoordige tijd teruggeven
teruggegeven voltooid deelwoord teruggeven
teruggeve with-subordinate-clause teruggeven
teruggevend onvoltooid deelwoord teruggeven
teruggevende woordvorm teruggeven

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van teruggeven zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over teruggeven

Wat betekent teruggeven?
Teruggeven is een werkwoord. Het woord betekent: weer aan de oorspronkelijke eigenaar overhandigen.
Hoe vervoeg je teruggeven?
Je vervoegt teruggeven als volgt: het voltooid deelwoord is teruggegeven. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Scrabble punten

Naar spel

Het woord teruggeven is 22 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. T 2
  2. E 1
  3. R 2
  4. U 4
  5. G 3
  6. G 3
  7. E 1
  8. V 4
  9. E 1
  10. N 1
  11. 22 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

teruggeven levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 84 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. T 2
  2. E 1
  3. R 2
  4. U 2
  5. G 3
  6. G 3
  7. E 1
  8. V 4
  9. E 1
  10. N 1
  11. 20 zonder bonus
  12. 84 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

teruggeven in het kort

teruggeven staat in dit woordenboek als werkwoord. Van teruggeven zijn 90 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort teruggeven bij een woordfamilie van 13 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

teruggeven: weer aan de oorspronkelijke eigenaar overhandigen
Deel teruggeven — standaardnederlands.nl