rederijkerskamer
zelfstandig naamwoordBetekenis
- gilde van amateurdichters vanaf het einde der middeleeuwen
- reciteer en toneelvereniging in de 19de en 20ste eeuw
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| rederijkerskamers | meervoud |
Herkomst
samenstelling van rederijker zn en kamer zn met het invoegsel -s-
Woordfamilie van rederijkerskamer
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| rederijkerskamers | meervoud | rederijkerskamer |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van rederijkerskamer zijn vastgelegd.