Naar de inhoud

redeneren

trachten een logisch samenhangend betoog te houden

redeneren

werkwoord

Betekenis

  1. trachten een logisch samenhangend betoog te houden

Vervoeging van redeneren

redenerenhele werkwoord — redeneerdeverleden tijd enkelvoud — redeneerdenverleden tijd meervoud — geredeneerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik redeneer redeneerde
jij redeneert redeneerde
hij, zij, het redeneert redeneerde
wij redeneren redeneerden
jullie redeneren redeneerden
zij redeneren redeneerden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is geredeneerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geredeneerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geredeneerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geredeneerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geredeneerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geredeneerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geredeneerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geredeneerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geredeneerd verleden tijd, deelwoord
geredeneerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geredeneerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geredeneerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geredeneerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geredeneerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geredeneerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geredeneerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geredeneerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geredeneerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geredeneerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geredeneerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geredeneerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geredeneerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geredeneerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geredeneerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geredeneerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geredeneerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
redeneer gebiedende wijs
redeneerde verleden tijd
redenere aanvoegende wijs
redenerend onvoltooid, deelwoord
te hebben geredeneerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te redeneren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen redeneren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal geredeneerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geredeneerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geredeneerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal redeneren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal redeneren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal redeneren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou geredeneerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geredeneerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geredeneerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou redeneren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou redeneren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou redeneren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geredeneerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geredeneerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geredeneerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden redeneren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden redeneren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden redeneren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geredeneerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt redeneren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geredeneerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geredeneerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geredeneerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen redeneren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen redeneren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen redeneren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen redeneren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geredeneerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult redeneren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘praten, argumenteren’ voor het eerst aangetroffen in 1611

Woordfamilie van redeneren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geredeneerd voltooid deelwoord redeneren
redeneer gebiedende wijs redeneren
redeneerde verleden tijd redeneren
redeneerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon redeneren
redeneert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon redeneren
redenere aanvoegende wijs redeneren
redenerend onvoltooid deelwoord redeneren
redenerende woordvorm redeneren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van redeneren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over redeneren

Wat betekent redeneren?
Redeneren is een werkwoord. Het woord betekent: trachten een logisch samenhangend betoog te houden.
Hoe vervoeg je redeneren?
Je vervoegt redeneren als volgt: de tegenwoordige tijd is redeneer, de verleden tijd is redeneerde en het voltooid deelwoord is geredeneerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord redeneren is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. R 2
  2. E 1
  3. D 2
  4. E 1
  5. N 1
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

redeneren levert met Wordfeud minimaal 12 en maximaal 48 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. R 2
  2. E 1
  3. D 2
  4. E 1
  5. N 1
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 12 zonder bonus
  11. 48 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (R) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

redeneren in het kort

redeneren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van redeneren zijn 40 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort redeneren bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

redeneren: trachten een logisch samenhangend betoog te houden
Deel redeneren — standaardnederlands.nl