redder
zelfstandig naamwoord, werkwoord ˈrɛdərBetekenis
- iemand die iemand anders redt
- iemand die getraind is om andere mensen te redden
- redder (mannelijke vorm)
- redster (vrouwelijke vorm)
Hoe spreek je redder uit?
/ˈrɛdər/
Redder bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| r | rood |
| ɛ | bed |
| d | dak |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| redders | meervoud |
| reddertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| reddertjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van redderen
- gebiedende wijs van redderen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van redderen
Vervoeging van redder
redderhele werkwoord
Herkomst
Naamwoord van handeling van redden met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van redder
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| redders | meervoud | redder |
| reddertje | verkleinwoord | redder |
| reddertjes | verkleinwoord meervoud | redder |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van redder zijn vastgelegd.