Naar de inhoud

redderen

schoonmaken, opruimen

redderen

werkwoord

Betekenis

  1. schoonmaken, opruimen
  2. regelen, in orde brengen

Vervoeging van redderen

redderenhele werkwoord — redderdeverleden tijd enkelvoud — redderdenverleden tijd meervoud — geredderdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik redder redderde
jij reddert redderde
hij, zij, het reddert redderde
wij redderen redderden
jullie redderen redderden
zij redderen redderden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is geredderd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geredderd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geredderd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geredderd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geredderd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geredderd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geredderd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geredderd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geredderd verleden tijd, deelwoord
geredderd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geredderd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geredderd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geredderd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geredderd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geredderd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geredderd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geredderd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geredderd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geredderd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geredderd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geredderd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geredderd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geredderd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geredderd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geredderd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geredderd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
redder gebiedende wijs
redderde verleden tijd
reddere aanvoegende wijs
redderend onvoltooid, deelwoord
te hebben geredderd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te redderen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen redderen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal geredderd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geredderd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geredderd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal redderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal redderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal redderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou geredderd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geredderd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geredderd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou redderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou redderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou redderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geredderd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geredderd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geredderd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden redderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden redderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden redderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geredderd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt redderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geredderd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geredderd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geredderd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen redderen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen redderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen redderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen redderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geredderd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult redderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘in orde brengen’ voor het eerst aangetroffen in 1265

Woordfamilie van redderen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geredderd voltooid deelwoord redderen
geredderde woordvorm redderen
redderde verleden tijd redderen
redderden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon redderen
reddere aanvoegende wijs redderen
redderend onvoltooid deelwoord redderen
redderende woordvorm redderen
reddert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon redderen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van redderen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over redderen

Wat is de betekenis van redderen?
Redderen is een werkwoord. De betekenis is: schoonmaken, opruimen. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik redderen?
Zo vervoeg je redderen zo: de tegenwoordige tijd is redder, de verleden tijd is redderde en het voltooid deelwoord is geredderd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord redderen is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. R 2
  2. E 1
  3. D 2
  4. D 2
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

redderen levert met Wordfeud minimaal 12 en maximaal 48 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. R 2
  2. E 1
  3. D 2
  4. D 2
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 12 zonder bonus
  10. 48 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (R) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

redderen in het kort

redderen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van redderen staan er 40 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort redderen bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

redderen: schoonmaken, opruimen
Deel redderen — standaardnederlands.nl