recommanderen
werkwoordBetekenis
- aanbevelen
Vervoeging van recommanderen
recommanderenhele werkwoord — recommandeerdeverleden tijd enkelvoud — recommandeerdenverleden tijd meervoud — gerecommandeerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | recommandeer | recommandeerde |
| jij | recommandeert | recommandeerde |
| hij, zij, het | recommandeert | recommandeerde |
| wij | recommanderen | recommandeerden |
| jullie | recommanderen | recommandeerden |
| zij | recommanderen | recommandeerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gerecommandeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gerecommandeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gerecommandeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gerecommandeerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gerecommandeerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gerecommandeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gerecommandeerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gerecommandeerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gerecommandeerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gerecommandeerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gerecommandeerd | verleden tijd, deelwoord |
| gerecommandeerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gerecommandeerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gerecommandeerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gerecommandeerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gerecommandeerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gerecommandeerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gerecommandeerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gerecommandeerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gerecommandeerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gerecommandeerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gerecommandeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gerecommandeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gerecommandeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gerecommandeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gerecommandeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gerecommandeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gerecommandeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gerecommandeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gerecommandeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gerecommandeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gerecommandeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gerecommandeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gerecommandeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gerecommandeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gerecommandeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gerecommandeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gerecommandeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| recommandeer | gebiedende wijs |
| recommandeerde | verleden tijd |
| recommandere | aanvoegende wijs |
| recommanderend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gerecommandeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te recommanderen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen recommanderen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gerecommandeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gerecommandeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gerecommandeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gerecommandeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gerecommandeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gerecommandeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gerecommandeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gerecommandeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gerecommandeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gerecommandeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gerecommandeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gerecommandeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gerecommandeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gerecommandeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gerecommandeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gerecommandeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gerecommandeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gerecommandeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gerecommandeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gerecommandeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gerecommandeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gerecommandeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gerecommandeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gerecommandeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gerecommandeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gerecommandeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gerecommandeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal recommanderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal recommanderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal recommanderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gerecommandeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gerecommandeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gerecommandeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gerecommandeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gerecommandeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gerecommandeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gerecommandeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gerecommandeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gerecommandeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gerecommandeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gerecommandeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gerecommandeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gerecommandeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou recommanderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou recommanderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou recommanderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gerecommandeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gerecommandeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gerecommandeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gerecommandeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gerecommandeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gerecommandeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gerecommandeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gerecommandeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gerecommandeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden recommanderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden recommanderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden recommanderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gerecommandeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gerecommandeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gerecommandeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt recommanderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gerecommandeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gerecommandeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gerecommandeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gerecommandeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gerecommandeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gerecommandeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gerecommandeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gerecommandeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gerecommandeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen recommanderen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen recommanderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen recommanderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen recommanderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gerecommandeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gerecommandeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gerecommandeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult recommanderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘aanbevelen’ voor het eerst aangetroffen in 1467
Woordfamilie van recommanderen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gerecommandeerd | voltooid deelwoord | recommanderen |
| gerecommandeerde | woordvorm | recommanderen |
| recommandeer | gebiedende wijs | recommanderen |
| recommandeerde | verleden tijd | recommanderen |
| recommandeerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | recommanderen |
| recommandeert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | recommanderen |
| recommandere | aanvoegende wijs | recommanderen |
| recommanderend | onvoltooid deelwoord | recommanderen |
| recommanderende | woordvorm | recommanderen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van recommanderen zijn vastgelegd.