Naar de inhoud

rechtzetten

met juiste informatie een misverstand corrigeren

rechtzetten

werkwoord

Betekenis

  1. met juiste informatie een misverstand corrigeren

werkwoord

  1. rechtop zetten transitive
  2. aan de hand van juiste informatie een fout of misvatting verhelpen, corrigeren transitive

Vervoeging van rechtzetten

rechtzettenhele werkwoord — zette rechtverleden tijd enkelvoud — zetten rechtverleden tijd meervoud — rechtgezetvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik zet recht zette recht
jij zet recht zette recht
hij, zij, het zet recht zette recht
wij zetten recht zetten recht
jullie zetten recht zetten recht
zij zetten recht zetten recht
Alle 143 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben rechtgezet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent rechtgezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is rechtgezet impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was rechtgezet impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd rechtgezet impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt rechtgezet impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal rechtgezet worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal rechtgezet zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou rechtgezet worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou rechtgezet zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had rechtgezet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had rechtgezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had rechtgezet voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden rechtgezet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden rechtgezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden rechtgezet voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt rechtgezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb rechtgezet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben rechtgezet actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben rechtgezet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben rechtgezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben rechtgezet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt rechtgezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft rechtgezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft rechtgezet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is rechtgezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is rechtgezet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
recht te zetten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
recht te zullen zetten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
recht zal zetten bijzin, toekomende tijd
recht zou zetten bijzin, voorwaardelijk
recht zouden zetten bijzin, voorwaardelijk
recht zoudt zetten bijzin, voorwaardelijk
recht zullen zetten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
recht zullen zetten bijzin, toekomende tijd
recht zult zetten bijzin, toekomende tijd
rechtgezet verleden tijd, deelwoord
rechtgezet te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
rechtgezet te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
rechtgezet te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
rechtgezet te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
rechtgezet te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
rechtgezet worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
rechtgezet zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
rechtgezet zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
rechtgezet zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
rechtgezet zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
rechtzet bijzin, tegenwoordige tijd
rechtzette bijzin, verleden tijd
rechtzettend onvoltooid, deelwoord
te hebben rechtgezet actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen rechtzetten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart rechtgezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren rechtgezet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren rechtgezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren rechtgezet voltooid, verleden tijd, derde persoon
was rechtgezet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was rechtgezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was rechtgezet voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd rechtgezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd rechtgezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd rechtgezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden rechtgezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden rechtgezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden rechtgezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt rechtgezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word rechtgezet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden rechtgezet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden rechtgezet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden rechtgezet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt rechtgezet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt rechtgezet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal rechtgezet hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal rechtgezet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal rechtgezet hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal rechtgezet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal rechtgezet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal rechtgezet zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal rechtgezet zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal rechtzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal rechtzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal rechtzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal rechtzetten bijzin, toekomende tijd
zet recht gebiedende wijs
zette recht verleden tijd
zijn rechtgezet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn rechtgezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn rechtgezet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt rechtgezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou rechtgezet hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou rechtgezet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou rechtgezet hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou rechtgezet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou rechtgezet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou rechtgezet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou rechtgezet zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou rechtgezet zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou rechtgezet zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou rechtzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou rechtzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou rechtzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou rechtzetten bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) rechtzetten recht zou(dt) zetten bijzin, voorwaardelijk
zouden rechtgezet hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden rechtgezet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden rechtgezet hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden rechtgezet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden rechtgezet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden rechtgezet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden rechtgezet zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden rechtgezet zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden rechtgezet zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden rechtzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden rechtzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden rechtzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden rechtzetten bijzin, voorwaardelijk
zoudt rechtgezet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt rechtgezet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt rechtgezet zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt rechtzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt rechtzetten bijzin, voorwaardelijk
zullen rechtgezet hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen rechtgezet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen rechtgezet hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen rechtgezet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen rechtgezet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen rechtgezet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen rechtgezet zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen rechtgezet zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen rechtgezet zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen rechtzetten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen rechtzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen rechtzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen rechtzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen rechtzetten bijzin, toekomende tijd
zult rechtgezet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult rechtgezet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult rechtgezet zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van recht en zetten

Woordfamilie van rechtzetten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
rechtgezet voltooid deelwoord rechtzetten
rechtgezette woordvorm rechtzetten
rechtzet subordinate-clause, tegenwoordige tijd rechtzetten
rechtzette subordinate-clause, verleden tijd rechtzetten
rechtzettend onvoltooid deelwoord rechtzetten
rechtzettende woordvorm rechtzetten
zet recht gebiedende wijs rechtzetten
zette recht verleden tijd rechtzetten
zetten recht aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon rechtzetten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van rechtzetten zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over rechtzetten

Wat is de betekenis van rechtzetten?
Rechtzetten is een werkwoord. De betekenis is: met juiste informatie een misverstand corrigeren. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik rechtzetten?
Zo vervoeg je rechtzetten zo: het voltooid deelwoord is rechtgezet. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord rechtzetten is 25 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. R 2
  2. E 1
  3. C 5
  4. H 4
  5. T 2
  6. Z 4
  7. E 1
  8. T 2
  9. T 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 25 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

rechtzetten levert met Wordfeud minimaal 26 en maximaal 108 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. R 2
  2. E 1
  3. C 5
  4. H 4
  5. T 2
  6. Z 5
  7. E 1
  8. T 2
  9. T 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 26 zonder bonus
  13. 108 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

rechtzetten in het kort

rechtzetten staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van rechtzetten staan er 84 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort rechtzetten bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

rechtzetten: met juiste informatie een misverstand corrigeren
Deel rechtzetten — standaardnederlands.nl