rechtzinnig
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- streng van opvatting in godsdienstige zaken
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| rechtzinnige | verbogen, stellende trap |
| rechtzinniger | onverbogen, vergrotende trap |
| rechtzinnigere | verbogen, vergrotende trap |
| rechtzinnigers | partitief, vergrotende trap |
| rechtzinnigs | partitief, stellende trap |
| rechtzinnigst | onverbogen, overtreffende trap |
| rechtzinnigste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
In de betekenis van ‘orthodox’ voor het eerst aangetroffen in 1616
Woordfamilie van rechtzinnig
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| rechtzinnige | verbogen vorm | rechtzinnig |
| rechtzinniger | vergrotende trap | rechtzinnig |
| rechtzinnigere | verbogen vergrotende trap | rechtzinnig |
| rechtzinnigers | partitieve vergrotende trap | rechtzinnig |
| rechtzinnigs | partitive, positive | rechtzinnig |
| rechtzinnigst | uninflected, superlative | rechtzinnig |
| rechtzinnigste | inflected, superlative | rechtzinnig |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van rechtzinnig zijn vastgelegd.