prop
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- samengepakte massa weefsel of papier, vaak gebruikt om iets af te stoppen
- een voorwerp dat gebruikt wordt in een toneelstuk of verfilming.
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- bolder van houten staken op een rijshouten zinkstuk
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| propje | verkleinwoord, enkelvoud |
| propjes | verkleinwoord, meervoud |
| proppen | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van proppen
- gebiedende wijs van proppen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van proppen
Vervoeging van prop
prophele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘bal’ voor het eerst aangetroffen in 1420
Woordfamilie van prop
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| propje | verkleinwoord | prop |
| propjes | verkleinwoord meervoud | prop |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van prop zijn vastgelegd.