pronk
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord, werkwoord prɔŋkBetekenis
- praal, opzettelijk en opzichtig vertoon
Hoe spreek je pronk uit?
/prɔŋk/
Pronk bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| r | rood |
| ɔ | bot |
| ŋ | ding |
| k | kat |
zelfstandig naamwoord — masculine
- opzettelijk en opzichtig vertoon
bijvoeglijk naamwoord
- fraai om te zien en zich daarvan bewust obsolete
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van pronken
- gebiedende wijs van pronken
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van pronken
Vervoeging van pronk
pronkhele werkwoord
Herkomst
zn: van Middelnederlands pronc, verwant aan pronken ww