pronkboon
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een groentesoort uit de familie van de vlinderbloemige
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- bepaald soort plant, Phaseolus coccineus uit de vlinderbloemenfamilie Leguminosae
- peulvrucht van Phaseolus coccineus
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| pronkbonen | meervoud |
| pronkboontje | verkleinwoord, enkelvoud |
| pronkboontjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van pronk en boon zn
Woordfamilie van pronkboon
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| pronkbonen | meervoud | pronkboon |
| pronkboontje | verkleinwoord | pronkboon |
| pronkboontjes | verkleinwoord meervoud | pronkboon |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van pronkboon zijn vastgelegd.