nachtprogramma
zelfstandig naamwoord ˈnɑxtproˌɣrɑmaBetekenis
- een of meer uitzendingen op radio of televisie in de tijd dat de meeste mensen slapen, ruwweg tussen 22:00 en 05:00 uur
- een of meer voorstellingen tijdens een evenement die ruwweg na 22:00 beginnen
Hoe spreek je nachtprogramma uit?
/ˈnɑxtproˌxrɑma/
Nachtprogramma bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| n | nek |
| ɑ | bad |
| x | acht |
| t | tak |
| p | pak |
| r | rood |
| o | boot |
| m | maan |
| a | maan |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| nachtprogramma's | meervoud |
Herkomst
samenstelling van nacht zn en programma zn
Woordfamilie van nachtprogramma
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| nachtprogramma's | meervoud | nachtprogramma |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van nachtprogramma zijn vastgelegd.