programmatisch
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- volgens een van tevoren gemaakt (politiek) programma
- met betrekking tot het programmeren
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| programmatische | verbogen, stellende trap |
| programmatischer | onverbogen, vergrotende trap |
| programmatischere | verbogen, vergrotende trap |
| programmatischers | partitief, vergrotende trap |
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘overeenkomstig het programmeren’ voor het eerst aangetroffen in 1914
Woordfamilie van programmatisch
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| programmatische | verbogen vorm | programmatisch |
| programmatischer | vergrotende trap | programmatisch |
| programmatischere | verbogen vergrotende trap | programmatisch |
| programmatischers | partitieve vergrotende trap | programmatisch |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van programmatisch zijn vastgelegd.