prikkel
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- gevoelssignaal, stimulus, plotselinge irritatie van het zenuwstelsel, aansporing
- doornen van prikkelende voorwerpen, planten
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| prikkelen | meervoud |
| prikkels | meervoud |
| prikkeltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| prikkeltjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van prikkelen
- gebiedende wijs van prikkelen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van prikkelen
Vervoeging van prikkel
prikkelhele werkwoord
Woordfamilie van prikkel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| prikkels | meervoud | prikkel |
| prikkeltje | verkleinwoord | prikkel |
| prikkeltjes | verkleinwoord meervoud | prikkel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van prikkel zijn vastgelegd.