Naar de inhoud

predestineren

voorbeschikken

predestineren

werkwoord

Betekenis

  1. voorbeschikken

Vervoeging van predestineren

predestinerenhele werkwoord — predestineerdeverleden tijd enkelvoud — predestineerdenverleden tijd meervoud — gepredestineerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik predestineer predestineerde
jij predestineert predestineerde
hij, zij, het predestineert predestineerde
wij predestineren predestineerden
jullie predestineren predestineerden
zij predestineren predestineerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gepredestineerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gepredestineerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gepredestineerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gepredestineerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gepredestineerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gepredestineerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gepredestineerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gepredestineerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gepredestineerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gepredestineerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gepredestineerd verleden tijd, deelwoord
gepredestineerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gepredestineerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gepredestineerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gepredestineerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gepredestineerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gepredestineerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gepredestineerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gepredestineerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gepredestineerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gepredestineerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gepredestineerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gepredestineerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gepredestineerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gepredestineerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gepredestineerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gepredestineerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gepredestineerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gepredestineerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gepredestineerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gepredestineerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gepredestineerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gepredestineerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gepredestineerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gepredestineerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gepredestineerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gepredestineerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gepredestineerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
predestineer gebiedende wijs
predestineerde verleden tijd
predestinere aanvoegende wijs
predestinerend onvoltooid, deelwoord
te hebben gepredestineerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te predestineren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen predestineren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gepredestineerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gepredestineerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gepredestineerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gepredestineerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gepredestineerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gepredestineerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gepredestineerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gepredestineerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gepredestineerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gepredestineerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gepredestineerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gepredestineerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gepredestineerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gepredestineerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gepredestineerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gepredestineerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gepredestineerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gepredestineerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gepredestineerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gepredestineerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gepredestineerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gepredestineerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gepredestineerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gepredestineerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gepredestineerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gepredestineerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gepredestineerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal predestineren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal predestineren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal predestineren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gepredestineerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gepredestineerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gepredestineerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gepredestineerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gepredestineerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gepredestineerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gepredestineerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gepredestineerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gepredestineerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gepredestineerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gepredestineerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gepredestineerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gepredestineerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou predestineren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou predestineren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou predestineren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gepredestineerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gepredestineerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gepredestineerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gepredestineerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gepredestineerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gepredestineerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gepredestineerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gepredestineerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gepredestineerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden predestineren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden predestineren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden predestineren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gepredestineerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gepredestineerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gepredestineerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt predestineren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gepredestineerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gepredestineerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gepredestineerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gepredestineerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gepredestineerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gepredestineerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gepredestineerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gepredestineerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gepredestineerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen predestineren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen predestineren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen predestineren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen predestineren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gepredestineerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gepredestineerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gepredestineerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult predestineren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van het Franse prédestiner (met het voorvoegsel pre-) met het achtervoegsel -eren

Woordfamilie van predestineren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gepredestineerd voltooid deelwoord predestineren
gepredestineerde woordvorm predestineren
predestineer gebiedende wijs predestineren
predestineerde verleden tijd predestineren
predestineerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon predestineren
predestineert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon predestineren
predestinere aanvoegende wijs predestineren
predestinerend onvoltooid deelwoord predestineren
predestinerende woordvorm predestineren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van predestineren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over predestineren

Wat is de betekenis van predestineren?
Predestineren is een werkwoord. De betekenis is: voorbeschikken.
Hoe vervoeg ik predestineren?
Zo vervoeg je predestineren zo: de tegenwoordige tijd is predestineer, de verleden tijd is predestineerde en het voltooid deelwoord is gepredestineerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord predestineren is 20 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. P 3
  2. R 2
  3. E 1
  4. D 2
  5. E 1
  6. S 2
  7. T 2
  8. I 1
  9. N 1
  10. E 1
  11. R 2
  12. E 1
  13. N 1
  14. 20 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

predestineren levert met Wordfeud minimaal 22 en maximaal 90 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. P 4
  2. R 2
  3. E 1
  4. D 2
  5. E 1
  6. S 2
  7. T 2
  8. I 2
  9. N 1
  10. E 1
  11. R 2
  12. E 1
  13. N 1
  14. 22 zonder bonus
  15. 90 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

predestineren in het kort

predestineren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van predestineren staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort predestineren bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

predestineren: voorbeschikken
Deel predestineren — standaardnederlands.nl