Naar de inhoud

postuleren

zonder bewijs aannemen

postuleren

werkwoord

Betekenis

  1. zonder bewijs aannemen
  2. een aanvraag indienen om in een orde te worden opgenomen

Vervoeging van postuleren

postulerenhele werkwoord — postuleerdeverleden tijd enkelvoud — postuleerdenverleden tijd meervoud — gepostuleerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik postuleer postuleerde
jij postuleert postuleerde
hij, zij, het postuleert postuleerde
wij postuleren postuleerden
jullie postuleren postuleerden
zij postuleren postuleerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gepostuleerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gepostuleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gepostuleerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gepostuleerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gepostuleerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gepostuleerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gepostuleerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gepostuleerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gepostuleerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gepostuleerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gepostuleerd verleden tijd, deelwoord
gepostuleerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gepostuleerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gepostuleerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gepostuleerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gepostuleerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gepostuleerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gepostuleerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gepostuleerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gepostuleerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gepostuleerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gepostuleerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gepostuleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gepostuleerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gepostuleerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gepostuleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gepostuleerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gepostuleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gepostuleerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gepostuleerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gepostuleerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gepostuleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gepostuleerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gepostuleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gepostuleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gepostuleerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gepostuleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gepostuleerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
postuleer gebiedende wijs
postuleerde verleden tijd
postulere aanvoegende wijs
postulerend onvoltooid, deelwoord
te hebben gepostuleerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te postuleren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen postuleren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gepostuleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gepostuleerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gepostuleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gepostuleerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gepostuleerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gepostuleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gepostuleerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gepostuleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gepostuleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gepostuleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gepostuleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gepostuleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gepostuleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gepostuleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gepostuleerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gepostuleerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gepostuleerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gepostuleerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gepostuleerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gepostuleerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gepostuleerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gepostuleerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gepostuleerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gepostuleerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gepostuleerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gepostuleerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gepostuleerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal postuleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal postuleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal postuleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gepostuleerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gepostuleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gepostuleerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gepostuleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gepostuleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gepostuleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gepostuleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gepostuleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gepostuleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gepostuleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gepostuleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gepostuleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gepostuleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou postuleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou postuleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou postuleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gepostuleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gepostuleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gepostuleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gepostuleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gepostuleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gepostuleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gepostuleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gepostuleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gepostuleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden postuleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden postuleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden postuleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gepostuleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gepostuleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gepostuleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt postuleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gepostuleerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gepostuleerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gepostuleerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gepostuleerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gepostuleerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gepostuleerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gepostuleerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gepostuleerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gepostuleerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen postuleren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen postuleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen postuleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen postuleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gepostuleerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gepostuleerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gepostuleerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult postuleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘zonder bewijs het bestaan aannemen’ voor het eerst aangetroffen in 1919

Woordfamilie van postuleren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gepostuleerd voltooid deelwoord postuleren
gepostuleerde woordvorm postuleren
postuleer gebiedende wijs postuleren
postuleerde verleden tijd postuleren
postuleerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon postuleren
postuleert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon postuleren
postulere aanvoegende wijs postuleren
postulerend onvoltooid deelwoord postuleren
postulerende woordvorm postuleren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van postuleren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over postuleren

Wat is de betekenis van postuleren?
Postuleren is een werkwoord. De betekenis is: zonder bewijs aannemen. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik postuleren?
Zo vervoeg je postuleren zo: de tegenwoordige tijd is postuleer, de verleden tijd is postuleerde en het voltooid deelwoord is gepostuleerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord postuleren is 20 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. P 3
  2. O 1
  3. S 2
  4. T 2
  5. U 4
  6. L 3
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 20 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

postuleren levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. P 4
  2. O 1
  3. S 2
  4. T 2
  5. U 2
  6. L 3
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 19 zonder bonus
  12. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

postuleren in het kort

postuleren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van postuleren staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort postuleren bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

postuleren: zonder bewijs aannemen
Deel postuleren — standaardnederlands.nl