postuleren
werkwoordBetekenis
- zonder bewijs aannemen
- een aanvraag indienen om in een orde te worden opgenomen
Vervoeging van postuleren
postulerenhele werkwoord — postuleerdeverleden tijd enkelvoud — postuleerdenverleden tijd meervoud — gepostuleerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | postuleer | postuleerde |
| jij | postuleert | postuleerde |
| hij, zij, het | postuleert | postuleerde |
| wij | postuleren | postuleerden |
| jullie | postuleren | postuleerden |
| zij | postuleren | postuleerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gepostuleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gepostuleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gepostuleerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gepostuleerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gepostuleerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gepostuleerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gepostuleerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gepostuleerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gepostuleerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gepostuleerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gepostuleerd | verleden tijd, deelwoord |
| gepostuleerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gepostuleerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gepostuleerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gepostuleerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gepostuleerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gepostuleerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gepostuleerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gepostuleerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gepostuleerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gepostuleerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gepostuleerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gepostuleerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gepostuleerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gepostuleerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gepostuleerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gepostuleerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gepostuleerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gepostuleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gepostuleerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gepostuleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gepostuleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gepostuleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gepostuleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gepostuleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gepostuleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gepostuleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gepostuleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| postuleer | gebiedende wijs |
| postuleerde | verleden tijd |
| postulere | aanvoegende wijs |
| postulerend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gepostuleerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te postuleren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen postuleren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gepostuleerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gepostuleerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gepostuleerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gepostuleerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gepostuleerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gepostuleerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gepostuleerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gepostuleerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gepostuleerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gepostuleerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gepostuleerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gepostuleerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gepostuleerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gepostuleerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gepostuleerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gepostuleerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gepostuleerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gepostuleerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gepostuleerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gepostuleerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gepostuleerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gepostuleerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gepostuleerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gepostuleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gepostuleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gepostuleerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gepostuleerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal postuleren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal postuleren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal postuleren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gepostuleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gepostuleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gepostuleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gepostuleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gepostuleerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gepostuleerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gepostuleerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gepostuleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gepostuleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gepostuleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gepostuleerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gepostuleerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gepostuleerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou postuleren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou postuleren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou postuleren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gepostuleerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gepostuleerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gepostuleerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gepostuleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gepostuleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gepostuleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gepostuleerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gepostuleerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gepostuleerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden postuleren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden postuleren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden postuleren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gepostuleerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gepostuleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gepostuleerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt postuleren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gepostuleerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gepostuleerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gepostuleerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gepostuleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gepostuleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gepostuleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gepostuleerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gepostuleerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gepostuleerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen postuleren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen postuleren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen postuleren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen postuleren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gepostuleerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gepostuleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gepostuleerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult postuleren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘zonder bewijs het bestaan aannemen’ voor het eerst aangetroffen in 1919
Woordfamilie van postuleren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gepostuleerd | voltooid deelwoord | postuleren |
| gepostuleerde | woordvorm | postuleren |
| postuleer | gebiedende wijs | postuleren |
| postuleerde | verleden tijd | postuleren |
| postuleerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | postuleren |
| postuleert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | postuleren |
| postulere | aanvoegende wijs | postuleren |
| postulerend | onvoltooid deelwoord | postuleren |
| postulerende | woordvorm | postuleren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van postuleren zijn vastgelegd.