postulaat
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een hypothese
- theoretisch onbewijsbare stelling, maar als grondslag aanvaarde bewering
- een conclusie, besluit of voornemen aangaande iets
zelfstandig naamwoord — neuter
- proeftijd van drie tot twaalf maanden die in sommige kloosters aan het eigenlijke noviciaat voorafgaat
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| postulaatje | verkleinwoord, enkelvoud |
| postulaatjes | verkleinwoord, meervoud |
| postulaten | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘vooropgestelde stelling’ voor het eerst aangetroffen in 1873
Woordfamilie van postulaat
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| postulaatje | verkleinwoord | postulaat |
| postulaatjes | verkleinwoord meervoud | postulaat |
| postulaten | meervoud | postulaat |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van postulaat zijn vastgelegd.