Naar de inhoud

ponsen

gaten in iets (vaak papier of metaal) maken door middel van een pons

ponsen is meer dan één woord

ponsen

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. gaten in iets (vaak papier of metaal) maken door middel van een pons

Vervoeging van ponsen

ponsenhele werkwoord — ponsteverleden tijd enkelvoud — ponstenverleden tijd meervoud — geponstvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik pons ponste
jij ponst ponste
hij, zij, het ponst ponste
wij ponsen ponsten
jullie ponsen ponsten
zij ponsen ponsten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben geponst voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geponst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is geponst impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geponst impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geponst impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geponst impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geponst worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geponst zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geponst worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geponst zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geponst verleden tijd, deelwoord
geponst te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geponst te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geponst te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geponst te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geponst te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geponst worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geponst zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geponst zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geponst zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geponst zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geponst voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geponst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geponst voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geponst voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geponst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geponst voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geponst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geponst voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geponst actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geponst voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geponst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geponst voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geponst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geponst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geponst voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is geponst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geponst voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
pons gebiedende wijs
ponse aanvoegende wijs
ponsend onvoltooid, deelwoord
ponste verleden tijd
te hebben geponst actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te ponsen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen ponsen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geponst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geponst voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geponst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geponst voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geponst voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geponst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geponst voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geponst enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geponst enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geponst enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geponst enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geponst enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geponst enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geponst enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geponst enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geponst enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geponst enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geponst enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geponst enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geponst enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal geponst hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geponst hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geponst hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geponst worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geponst worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geponst zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geponst zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ponsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal ponsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal ponsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn geponst voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geponst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geponst voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geponst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou geponst hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geponst hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geponst hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geponst worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geponst worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geponst worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geponst zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geponst zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geponst zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ponsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou ponsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou ponsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geponst hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geponst hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geponst hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geponst worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geponst worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geponst worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geponst zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geponst zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geponst zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ponsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ponsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ponsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geponst hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geponst worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geponst zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ponsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geponst hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geponst hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geponst hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geponst worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geponst worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geponst worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geponst zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geponst zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geponst zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ponsen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen ponsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ponsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ponsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geponst hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geponst worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geponst zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult ponsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord pons

Herkomst

In de betekenis van ‘gaatjes slaan’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1860

Woordfamilie van ponsen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geponst voltooid deelwoord ponsen
geponste woordvorm ponsen
ponse aanvoegende wijs ponsen
ponsend onvoltooid deelwoord ponsen
ponsende woordvorm ponsen
ponst aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon ponsen
ponste verleden tijd ponsen
ponsten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon ponsen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ponsen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over ponsen

Wat betekent ponsen?
Ponsen is een werkwoord. Het woord betekent: gaten in iets (vaak papier of metaal) maken door middel van een pons.
Hoe vervoeg je ponsen?
Je vervoegt ponsen als volgt: de tegenwoordige tijd is pons, de verleden tijd is ponste en het voltooid deelwoord is geponst. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord ponsen is 9 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. P 3
  2. O 1
  3. N 1
  4. S 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 9 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

ponsen levert met Wordfeud minimaal 10 en maximaal 54 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. P 4
  2. O 1
  3. N 1
  4. S 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 10 zonder bonus
  8. 54 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

ponsen telt 6 letters, waarvan 5 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

ponsen in het kort

ponsen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Van ponsen zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort ponsen bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

ponsen: gaten in iets (vaak papier of metaal) maken door middel van een pons
Deel ponsen — standaardnederlands.nl