pons
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- instrument dat of machine die gaten slaat in papier, metalen platen e.d.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ponsen | meervoud |
| ponsje | verkleinwoord, enkelvoud |
| ponsjes | verkleinwoord, meervoud |
zelfstandig naamwoord — masculine
- een verbinding tussen de grote hersenen en de kleine hersenen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| pontes | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ponsen
- gebiedende wijs van ponsen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ponsen
Vervoeging van pons
ponshele werkwoord
Woordfamilie van pons
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ponsje | verkleinwoord | pons |
| ponsjes | verkleinwoord meervoud | pons |
| pontes | meervoud | pons |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van pons zijn vastgelegd.