nylon
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord ˈnɛilɔnBetekenis
- tot de polyamiden behorende synthetische thermoplastische uit vezels bestaande kunststof
- gemaakt van nylon
Hoe spreek je nylon uit?
/ˈnɛilɔn/
Nylon bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| n | nek |
| ɛi | trein |
| l | land |
| ɔ | bot |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| nylons | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘kunststof’ voor het eerst aangetroffen in 1946
Woordfamilie van nylon
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| nylons | meervoud | nylon |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van nylon zijn vastgelegd.