Naar de inhoud

plooien

iets in losse vouwen opstapelen

plooien is meer dan één woord

plooien

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. iets in losse vouwen opstapelen
  2. rimpelen van het gezicht, veranderen van gezichtsuitdrukking
  3. geschikt maken, vormen, ombuigen
  4. zich schikken naar
  5. buigen van een gewricht

Vervoeging van plooien

plooienhele werkwoord — plooideverleden tijd enkelvoud — plooidenverleden tijd meervoud — geplooidvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik plooi plooide
jij plooit plooide
hij, zij, het plooit plooide
wij plooien plooiden
jullie plooien plooiden
zij plooien plooiden
Alle 160 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben geplooid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geplooid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is geplooid impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geplooid impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geplooid impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geplooid impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geplooid worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geplooid zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geplooid worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geplooid zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geplooid verleden tijd, deelwoord
geplooid te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geplooid te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geplooid te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geplooid te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geplooid te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geplooid worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geplooid zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geplooid zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geplooid zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geplooid zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geplooid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geplooid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geplooid voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geplooid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geplooid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geplooid voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geplooid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geplooid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geplooid actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geplooid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geplooid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geplooid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geplooid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geplooid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geplooid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is geplooid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geplooid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
plooi gebiedende wijs
plooi me eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
plooi u/je , plooit je gebiedende wijs
plooide verleden tijd
plooide je tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
plooide me eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud
plooide u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
plooide u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
plooide zich derde persoon, verleden tijd, enkelvoud
plooide zich/u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
plooide zich/u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
plooiden je tweede persoon, verleden tijd, meervoud
plooiden ons eerste persoon, verleden tijd, meervoud
plooiden zich derde persoon, verleden tijd, meervoud
plooie aanvoegende wijs
plooie zich aanvoegende wijs
plooien je tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
plooien ons eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
plooien zich derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
plooiend onvoltooid, deelwoord
plooit je tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
plooit u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
plooit u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
plooit zich derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
plooit zich/u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
plooit zich/u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
te hebben geplooid actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te plooien actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen plooien actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geplooid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geplooid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geplooid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geplooid voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geplooid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geplooid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geplooid voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geplooid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geplooid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geplooid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geplooid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geplooid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geplooid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geplooid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geplooid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geplooid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geplooid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geplooid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geplooid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geplooid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal geplooid hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geplooid hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geplooid hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geplooid worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geplooid worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geplooid zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geplooid zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal me plooien eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal plooien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal plooien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal plooien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal zich plooien derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal, zult je plooien tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zich geplooid hebben verleden tijd
zich plooiend onvoltooid, deelwoord
zijn geplooid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geplooid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geplooid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geplooid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou geplooid hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geplooid hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geplooid hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geplooid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geplooid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geplooid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geplooid zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geplooid zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geplooid zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou plooien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou plooien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou plooien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geplooid hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geplooid hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geplooid hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geplooid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geplooid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geplooid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geplooid zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geplooid zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geplooid zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden plooien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden plooien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden plooien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geplooid hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geplooid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geplooid zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt plooien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geplooid hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geplooid hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geplooid hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geplooid worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord plooi

Herkomst

afgeleid van plooi met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van plooien

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geplooid voltooid deelwoord plooien
plooide verleden tijd plooien
plooiden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon plooien
plooie aanvoegende wijs plooien
plooiend onvoltooid deelwoord plooien
plooiende woordvorm plooien
plooit aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon plooien

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van plooien zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over plooien

Wat is de betekenis van plooien?
Plooien is een werkwoord. De betekenis is: iets in losse vouwen opstapelen. In totaal staan er 5 betekenissen.
Hoe vervoeg ik plooien?
Zo vervoeg je plooien zo: de tegenwoordige tijd is plooi, de verleden tijd is plooide en het voltooid deelwoord is geplooid. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord plooien is 11 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. P 3
  2. L 3
  3. O 1
  4. O 1
  5. I 1
  6. E 1
  7. N 1
  8. 11 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

plooien levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 103 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. P 4
  2. L 3
  3. O 1
  4. O 1
  5. I 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 13 zonder bonus
  9. 103 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

plooien telt 7 letters, waarvan 6 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

plooien in het kort

plooien is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 5 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van plooien staan er 103 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort plooien bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

plooien: iets in losse vouwen opstapelen
Deel plooien — standaardnederlands.nl