omvouwen
werkwoordBetekenis
- binnenste rand van iets naar buiten vouwen
Vervoeging van omvouwen
omvouwenhele werkwoord — omgevouwenvoltooid deelwoord
Alle 3 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| omgevouwen | verleden tijd, deelwoord |
| vouwde om | verleden tijd |
| ómvouwen | canonical |
werkwoord
- met vouwen omgeven transitive
Vervoeging van omvouwen
omvouwenhele werkwoord — omvouwenvoltooid deelwoord
Alle 3 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| omvouwde | verleden tijd |
| omvouwen | verleden tijd, deelwoord |
| omvóúwen | canonical |
Herkomst
samenstelling van om en vouwen
Woordfamilie van omvouwen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| omgevouwen | voltooid deelwoord | omvouwen |
| omvouw | with-subordinate-clause | omvouwen |
| omvouwde | verleden tijd | omvouwen |
| omvouwden | with-subordinate-clause | omvouwen |
| omvouwe | with-subordinate-clause | omvouwen |
| omvouwend | woordvorm | omvouwen |
| omvouwende | woordvorm | omvouwen |
| omvouwt | with-subordinate-clause | omvouwen |
| vouw om | woordvorm | omvouwen |
| vouwde om | verleden tijd | omvouwen |
| vouwden om | woordvorm | omvouwen |
| vouwe om | woordvorm | omvouwen |
| vouwen om | woordvorm | omvouwen |
| vouwt om | woordvorm | omvouwen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van omvouwen zijn vastgelegd.