plakker
zelfstandig naamwoord ˈplɑkərBetekenis
- een nachtvlinder uit de familie van de donsvlinders (Lymantriidae)
- iemand behang aanbrengt
- iemand die te lang op zijn stoel blijft zitten en niet weg wil gaan
- een stukje materiaal dat door kleven aangebracht wordt
Hoe spreek je plakker uit?
/ˈplɑkər/
Plakker bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| l | land |
| ɑ | bad |
| k | kat |
| ə | de |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- Lymantria dispar een nachtvlinder uit de familie van de donsvlinders (Lymantriidae)
- iemand die behang aanbrengt
- een stukje materiaal dat door kleven op iets anders aangebracht wordt; ook bijv. bij medische toepassingen
- plakplaatje, sticker
- iemand die te dicht achter een ander voertuig rijdt, bumperklever informal
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| plakkers | meervoud |
| plakkertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| plakkertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van plakken met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van plakker
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| plakkers | meervoud | plakker |
| plakkertje | verkleinwoord | plakker |
| plakkertjes | verkleinwoord meervoud | plakker |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van plakker zijn vastgelegd.