zakker
zelfstandig naamwoord ˈzɑkərBetekenis
- iets dat of iemand die zakt
Hoe spreek je zakker uit?
/ˈzɑkər/
Zakker bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| z | zon |
| ɑ | bad |
| k | kat |
| ə | de |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- iemand die bepaalde handelswaar in zakken te doen historical
- knikker die men bij het knikkeren als winst behoud
- over een geschilderd oppervlak omlaag druipende overtollige verf
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zakkers | meervoud |
| zakkertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zakkertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
van Middelnederlands sacker, op te vatten als afgeleid van zakken ww met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van zakker
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zakkers | meervoud | zakker |
| zakkertjes | verkleinwoord meervoud | zakker |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zakker zijn vastgelegd.