plaatselijk
bijvoeglijk naamwoord ˈplatsələkBetekenis
- betrekking hebbend op een bepaalde plaats
Hoe spreek je plaatselijk uit?
/ˈplatsələk/
Plaatselijk bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| l | land |
| a | maan |
| t | tak |
| s | sok |
| ə | de |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
bijvoeglijk naamwoord
- beperkt tot een bepaalde plaats
- van, eigen aan een bepaalde plaats, gemeente
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| plaatselijke | verbogen, stellende trap |
| plaatselijker | onverbogen, vergrotende trap |
| plaatselijkere | verbogen, vergrotende trap |
| plaatselijkers | partitief, vergrotende trap |
| plaatselijks | partitief, stellende trap |
| plaatselijkst | onverbogen, overtreffende trap |
| plaatselijkste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
Afgeleid van plaats met het achtervoegsel -lijk met het invoegsel -e-
Woordfamilie van plaatselijk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| plaatselijke | verbogen vorm | plaatselijk |
| plaatselijker | vergrotende trap | plaatselijk |
| plaatselijkere | verbogen vergrotende trap | plaatselijk |
| plaatselijkers | partitieve vergrotende trap | plaatselijk |
| plaatselijks | partitive, positive | plaatselijk |
| plaatselijkst | uninflected, superlative | plaatselijk |
| plaatselijkste | inflected, superlative | plaatselijk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van plaatselijk zijn vastgelegd.