Naar de inhoud

pitchen

(bij honkbal) de bal gooien naar de slagman

pitchen

werkwoord

Betekenis

  1. (bij honkbal) de bal gooien naar de slagman
  2. presenteren

werkwoord

  1. de bal gooien naar de slagman transitive

Vervoeging van pitchen

pitchenhele werkwoord — pitchteverleden tijd enkelvoud — pitchtenverleden tijd meervoud — gepitchtvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik pitch pitchte
jij pitcht pitchte
hij, zij, het pitcht pitchte
wij pitchen pitchten
jullie pitchen pitchten
zij pitchen pitchten
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is gepitcht impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gepitcht impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gepitcht impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gepitcht impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gepitcht worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gepitcht zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gepitcht worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gepitcht zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gepitcht verleden tijd, deelwoord
gepitcht te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gepitcht zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gepitcht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gepitcht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gepitcht voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gepitcht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gepitcht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gepitcht voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gepitcht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gepitcht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gepitcht actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gepitcht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gepitcht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gepitcht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gepitcht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gepitcht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gepitcht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
pitch gebiedende wijs
pitche aanvoegende wijs
pitchend onvoltooid, deelwoord
pitchte verleden tijd
te hebben gepitcht actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te pitchen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen pitchen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gepitcht hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gepitcht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gepitcht hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal pitchen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal pitchen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal pitchen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gepitcht hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gepitcht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gepitcht hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou pitchen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou pitchen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou pitchen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gepitcht hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gepitcht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gepitcht hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden pitchen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden pitchen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden pitchen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gepitcht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt pitchen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gepitcht hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gepitcht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gepitcht hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen pitchen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen pitchen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen pitchen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen pitchen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gepitcht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult pitchen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van het Engelse pitch met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van pitchen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gepitcht voltooid deelwoord pitchen
gepitchte woordvorm pitchen
pitche aanvoegende wijs pitchen
pitchend onvoltooid deelwoord pitchen
pitchende woordvorm pitchen
pitcht aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon pitchen
pitchte verleden tijd pitchen
pitchten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon pitchen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van pitchen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over pitchen

Wat betekent pitchen?
Pitchen is een werkwoord. Het woord betekent: (bij honkbal) de bal gooien naar de slagman. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je pitchen?
Je vervoegt pitchen als volgt: de tegenwoordige tijd is pitch, de verleden tijd is pitchte en het voltooid deelwoord is gepitcht. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord pitchen is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. P 3
  2. I 1
  3. T 2
  4. C 5
  5. H 4
  6. E 1
  7. N 1
  8. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

pitchen levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 127 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. P 4
  2. I 2
  3. T 2
  4. C 5
  5. H 4
  6. E 1
  7. N 1
  8. 19 zonder bonus
  9. 127 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

pitchen telt 7 letters, waarvan 7 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

pitchen in het kort

pitchen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van pitchen zijn 40 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort pitchen bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

pitchen: (bij honkbal) de bal gooien naar de slagman
Deel pitchen — standaardnederlands.nl