petsen
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈpɛtsə(n)Betekenis
- slaan met de vlakke hand
Hoe spreek je petsen uit?
/ˈpɛtsən/
Petsen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| ɛ | bed |
| t | tak |
| s | sok |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van petsen
petsenhele werkwoord — petsteverleden tijd enkelvoud — petstenverleden tijd meervoud — gepetstvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | pets | petste |
| jij | petst | petste |
| hij, zij, het | petst | petste |
| wij | petsen | petsten |
| jullie | petsen | petsten |
| zij | petsen | petsten |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| gepetst | verleden tijd, deelwoord |
| gepetst te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gepetst zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gepetst | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gepetst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gepetst | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gepetst | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gepetst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gepetst | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gepetst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gepetst | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gepetst | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gepetst | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gepetst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gepetst | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gepetst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gepetst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gepetst | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| pets | gebiedende wijs |
| petse | aanvoegende wijs |
| petsend | onvoltooid, deelwoord |
| petste | verleden tijd |
| te hebben gepetst | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te petsen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen petsen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gepetst hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gepetst hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gepetst hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal petsen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal petsen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal petsen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gepetst hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gepetst hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gepetst hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou petsen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou petsen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou petsen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gepetst hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gepetst hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gepetst hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden petsen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden petsen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden petsen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gepetst hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt petsen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gepetst hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gepetst hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gepetst hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen petsen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen petsen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen petsen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen petsen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gepetst hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult petsen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord pets
Woordfamilie van petsen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gepetst | voltooid deelwoord | petsen |
| petse | aanvoegende wijs | petsen |
| petsend | onvoltooid deelwoord | petsen |
| petsende | woordvorm | petsen |
| petst | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | petsen |
| petste | verleden tijd | petsen |
| petsten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | petsen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van petsen zijn vastgelegd.