Naar de inhoud

schetsen

met een minimum van pennenstreken een voorlopige en gewoonlijk uitwisbare afbeelding van iets maken

schetsen is meer dan één woord

schetsen

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈsxɛtsə(n)

Betekenis

  1. met een minimum van pennenstreken een voorlopige en gewoonlijk uitwisbare afbeelding van iets maken
  2. in overdrachtelijke zin: een korte maar rake beschrijving van iets geven

Hoe spreek je schetsen uit?

/ˈsxɛtsən/

Schetsen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈsxɛtsən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
s sok
x acht
ɛ bed
t tak
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van schetsen

schetsenhele werkwoord — schetsteverleden tijd enkelvoud — schetstenverleden tijd meervoud — geschetstvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik schets schetste
jij schetst schetste
hij, zij, het schetst schetste
wij schetsen schetsten
jullie schetsen schetsten
zij schetsen schetsten
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is geschetst impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geschetst impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geschetst impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geschetst impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geschetst worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geschetst zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geschetst worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geschetst zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geschetst verleden tijd, deelwoord
geschetst te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geschetst zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geschetst voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geschetst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geschetst voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geschetst voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geschetst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geschetst voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geschetst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geschetst voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geschetst actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geschetst voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geschetst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geschetst voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geschetst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geschetst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geschetst voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
schets gebiedende wijs
schetse aanvoegende wijs
schetsend onvoltooid, deelwoord
schetste verleden tijd
te hebben geschetst actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te schetsen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen schetsen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal geschetst hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geschetst hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geschetst hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal schetsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal schetsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal schetsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou geschetst hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geschetst hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geschetst hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou schetsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou schetsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou schetsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geschetst hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geschetst hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geschetst hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden schetsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden schetsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden schetsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geschetst hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt schetsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geschetst hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geschetst hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geschetst hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen schetsen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen schetsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen schetsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen schetsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geschetst hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult schetsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord schets

Woordfamilie van schetsen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
schetse aanvoegende wijs schetsen
schetsend onvoltooid deelwoord schetsen
schetsende woordvorm schetsen
schetst aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon schetsen
schetste verleden tijd schetsen
schetsten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon schetsen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schetsen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over schetsen

Hoe spreek ik schetsen uit?
Zo spreek je schetsen uit: /ˈsxɛtsə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van schetsen?
Schetsen is een werkwoord. De betekenis is: met een minimum van pennenstreken een voorlopige en gewoonlijk uitwisbare afbeelding van iets maken. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik schetsen?
Zo vervoeg je schetsen zo: de tegenwoordige tijd is schets, de verleden tijd is schetste en het voltooid deelwoord is geschetst. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op schetsen?

Er staan 5 woorden in dit woordenboek die op schetsen rijmen, waaronder kwetsen, petsen en bekletsen. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op schetsen, uitspraak ˈsxɛtsən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
kwetsen 2
petsen 2
bekletsen 3
kalverschetsen 4
stetson 2

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord schetsen is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. C 5
  3. H 4
  4. E 1
  5. T 2
  6. S 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

schetsen levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 84 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. C 5
  3. H 4
  4. E 1
  5. T 2
  6. S 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 18 zonder bonus
  10. 84 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

schetsen in het kort

schetsen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van schetsen staan er 40 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort schetsen bij een woordfamilie van 6 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

schetsen: met een minimum van pennenstreken een voorlopige en gewoonlijk uitwisbare afbeelding van iets maken
Deel schetsen — standaardnederlands.nl