pets
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- harde klap die men met de blote, platte hand geeft
- hard geluid dat men hoort als iets valt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| petsen | meervoud |
| petsje | verkleinwoord, enkelvoud |
| petsjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van petsen
- gebiedende wijs van petsen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van petsen
Vervoeging van pets
petshele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘klap’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1913
Woordfamilie van pets
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| petsje | verkleinwoord | pets |
| petsjes | verkleinwoord meervoud | pets |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van pets zijn vastgelegd.