peddelen
werkwoordBetekenis
- zich door middel van een peddel afduwend over het water ergens heen bewegen
- zich door middel van een peddel afduwen tegen het water
- tweede betekenisomschrijving
- enz.
werkwoord
- rustig fietsen informal
Vervoeging van peddelen
peddelenhele werkwoord — peddeldeverleden tijd enkelvoud — peddeldenverleden tijd meervoud — gepeddeldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | peddel | peddelde |
| jij | peddelt | peddelde |
| hij, zij, het | peddelt | peddelde |
| wij | peddelen | peddelden |
| jullie | peddelen | peddelden |
| zij | peddelen | peddelden |
Alle 36 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is gepeddeld | impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon, voltooid |
| er was gepeddeld | impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, derde persoon, voltooid |
| er werd gepeddeld | impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, eerste persoon, onvoltooid |
| er wordt gepeddeld | impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon, onvoltooid |
| er zal gepeddeld worden | impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, eerste persoon, onvoltooid |
| er zal gepeddeld zijn | impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, derde persoon, voltooid |
| er zou gepeddeld worden | impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon, onvoltooid |
| er zou gepeddeld zijn | impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, derde persoon, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gepeddeld | verleden tijd, deelwoord |
| gepeddeld te zullen hebben/zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gepeddeld zullen hebben/zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| hebben gepeddeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| peddel | gebiedende wijs |
| peddelde | verleden tijd |
| peddele | aanvoegende wijs |
| peddelend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben/zijn gepeddeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te peddelen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen peddelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal peddelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal peddelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal peddelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gepeddeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zou peddelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou peddelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou peddelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden peddelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden peddelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden peddelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt peddelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen peddelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen peddelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen peddelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen peddelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult peddelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘fietsen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1912
Woordfamilie van peddelen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gepeddeld | voltooid deelwoord | peddelen |
| gepeddelde | woordvorm | peddelen |
| peddelde | verleden tijd | peddelen |
| peddelden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | peddelen |
| peddele | aanvoegende wijs | peddelen |
| peddelend | onvoltooid deelwoord | peddelen |
| peddelende | woordvorm | peddelen |
| peddelt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | peddelen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van peddelen zijn vastgelegd.