peddel
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- stok met aan het uiteinde een verbreding, gebruikt om een vaartuig voort te bewegen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| peddels | meervoud |
| peddeltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| peddeltjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van peddelen
- gebiedende wijs van peddelen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van peddelen
Vervoeging van peddel
peddelhele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘roeispaan’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1855
Woordfamilie van peddel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| peddels | meervoud | peddel |
| peddeltje | verkleinwoord | peddel |
| peddeltjes | verkleinwoord meervoud | peddel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van peddel zijn vastgelegd.