| - |
impersonal, passief
|
| ben gepantserd |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| bent gepantserd |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| er is gepantserd |
impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
|
| er was gepantserd |
impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
|
| er werd gepantserd |
impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
|
| er wordt gepantserd |
impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
|
| er zal gepantserd worden |
impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
|
| er zal gepantserd zijn |
impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
|
| er zou gepantserd worden |
impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
|
| er zou gepantserd zijn |
impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
|
| ev. |
gebiedende wijs
|
| gepantserd |
verleden tijd, deelwoord
|
| gepantserd te worden |
infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| gepantserd te zijn |
infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| gepantserd te zullen hebben |
actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| gepantserd te zullen worden |
infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| gepantserd te zullen zijn |
infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| gepantserd worden |
infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
|
| gepantserd zijn |
infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
|
| gepantserd zullen hebben |
actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| gepantserd zullen worden |
infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| gepantserd zullen zijn |
infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| had gepantserd |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| had gepantserd |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| had gepantserd |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| hadden gepantserd |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| hadden gepantserd |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| hadden gepantserd |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| hadt gepantserd |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| heb gepantserd |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| hebben gepantserd |
actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
|
| hebben gepantserd |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| hebben gepantserd |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| hebben gepantserd |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| hebt gepantserd |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| heeft gepantserd |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| heeft gepantserd |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| is gepantserd |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| is gepantserd |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| pantser |
gebiedende wijs
|
| pantserde |
verleden tijd
|
| pantsere |
aanvoegende wijs
|
| pantserend |
onvoltooid, deelwoord
|
| te hebben gepantserd |
actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| te pantseren |
actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| te zullen pantseren |
actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| waart gepantserd |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| waren gepantserd |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| waren gepantserd |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| waren gepantserd |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| was gepantserd |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| was gepantserd |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| was gepantserd |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| werd gepantserd |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| werd gepantserd |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
|
| werd gepantserd |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| werden gepantserd |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
|
| werden gepantserd |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
|
| werden gepantserd |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| werdt gepantserd |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| word gepantserd |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| worden gepantserd |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
|
| worden gepantserd |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
|
| worden gepantserd |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| wordt gepantserd |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
|
| wordt gepantserd |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| zal gepantserd hebben |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zal gepantserd hebben |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zal gepantserd hebben |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zal gepantserd worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zal gepantserd worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
|
| zal gepantserd zijn |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zal gepantserd zijn |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zal pantseren |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
|
| zal pantseren |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
|
| zal pantseren |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
|
| zijn gepantserd |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| zijn gepantserd |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| zijn gepantserd |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| zijt gepantserd |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| zou gepantserd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zou gepantserd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zou gepantserd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zou gepantserd worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zou gepantserd worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
|
| zou gepantserd worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zou gepantserd zijn |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zou gepantserd zijn |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zou gepantserd zijn |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zou pantseren |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
|
| zou pantseren |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
|
| zou pantseren |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
|
| zouden gepantserd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zouden gepantserd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zouden gepantserd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zouden gepantserd worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
|
| zouden gepantserd worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
|
| zouden gepantserd worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zouden gepantserd zijn |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zouden gepantserd zijn |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zouden gepantserd zijn |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zouden pantseren |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
|
| zouden pantseren |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
|
| zouden pantseren |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
|
| zoudt gepantserd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zoudt gepantserd worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zoudt gepantserd zijn |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zoudt pantseren |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
|
| zullen gepantserd hebben |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zullen gepantserd hebben |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zullen gepantserd hebben |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zullen gepantserd worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
|
| zullen gepantserd worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
|
| zullen gepantserd worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zullen gepantserd zijn |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zullen gepantserd zijn |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zullen gepantserd zijn |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zullen pantseren |
actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| zullen pantseren |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
|
| zullen pantseren |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
|
| zullen pantseren |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
|
| zult gepantserd hebben |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zult gepantserd worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zult gepantserd zijn |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zult pantseren |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
|