Naar de inhoud

pantseren

met een pantser bekleden

pantseren

werkwoord

Betekenis

  1. met een pantser bekleden

Vervoeging van pantseren

pantserenhele werkwoord — pantserdeverleden tijd enkelvoud — pantserdenverleden tijd meervoud — gepantserdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik pantser pantserde
jij pantsert pantserde
hij, zij, het pantsert pantserde
wij pantseren pantserden
jullie pantseren pantserden
zij pantseren pantserden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gepantserd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gepantserd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gepantserd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gepantserd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gepantserd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gepantserd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gepantserd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gepantserd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gepantserd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gepantserd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gepantserd verleden tijd, deelwoord
gepantserd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gepantserd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gepantserd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gepantserd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gepantserd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gepantserd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gepantserd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gepantserd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gepantserd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gepantserd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gepantserd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gepantserd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gepantserd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gepantserd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gepantserd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gepantserd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gepantserd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gepantserd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gepantserd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gepantserd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gepantserd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gepantserd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gepantserd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gepantserd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gepantserd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gepantserd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gepantserd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
pantser gebiedende wijs
pantserde verleden tijd
pantsere aanvoegende wijs
pantserend onvoltooid, deelwoord
te hebben gepantserd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te pantseren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen pantseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gepantserd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gepantserd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gepantserd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gepantserd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gepantserd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gepantserd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gepantserd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gepantserd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gepantserd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gepantserd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gepantserd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gepantserd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gepantserd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gepantserd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gepantserd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gepantserd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gepantserd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gepantserd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gepantserd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gepantserd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gepantserd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gepantserd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gepantserd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gepantserd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gepantserd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gepantserd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gepantserd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal pantseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal pantseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal pantseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gepantserd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gepantserd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gepantserd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gepantserd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gepantserd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gepantserd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gepantserd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gepantserd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gepantserd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gepantserd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gepantserd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gepantserd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gepantserd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou pantseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou pantseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou pantseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gepantserd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gepantserd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gepantserd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gepantserd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gepantserd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gepantserd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gepantserd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gepantserd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gepantserd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden pantseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden pantseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden pantseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gepantserd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gepantserd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gepantserd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt pantseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gepantserd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gepantserd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gepantserd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gepantserd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gepantserd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gepantserd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gepantserd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gepantserd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gepantserd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen pantseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen pantseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen pantseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen pantseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gepantserd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gepantserd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gepantserd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult pantseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordfamilie van pantseren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
pantserde verleden tijd pantseren
pantserden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon pantseren
pantsere aanvoegende wijs pantseren
pantserend onvoltooid deelwoord pantseren
pantserende woordvorm pantseren
pantsert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon pantseren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van pantseren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over pantseren

Wat betekent pantseren?
Pantseren is een werkwoord. Het woord betekent: met een pantser bekleden.
Hoe vervoeg je pantseren?
Je vervoegt pantseren als volgt: de tegenwoordige tijd is pantser, de verleden tijd is pantserde en het voltooid deelwoord is gepantserd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord pantseren is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. P 3
  2. A 1
  3. N 1
  4. T 2
  5. S 2
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

pantseren levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 69 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. P 4
  2. A 1
  3. N 1
  4. T 2
  5. S 2
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 15 zonder bonus
  11. 69 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

pantseren in het kort

pantseren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van pantseren zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort pantseren bij een woordfamilie van 6 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

pantseren: met een pantser bekleden
Deel pantseren — standaardnederlands.nl