pacificeren
werkwoordBetekenis
- tot vrede of tot rust brengen
Vervoeging van pacificeren
pacificerenhele werkwoord — pacificeerdeverleden tijd enkelvoud — pacificeerdenverleden tijd meervoud — gepacificeerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | pacificeer | pacificeerde |
| jij | pacificeert | pacificeerde |
| hij, zij, het | pacificeert | pacificeerde |
| wij | pacificeren | pacificeerden |
| jullie | pacificeren | pacificeerden |
| zij | pacificeren | pacificeerden |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is gepacificeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gepacificeerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gepacificeerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gepacificeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gepacificeerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gepacificeerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gepacificeerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gepacificeerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gepacificeerd | verleden tijd, deelwoord |
| gepacificeerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gepacificeerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gepacificeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gepacificeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gepacificeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gepacificeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gepacificeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gepacificeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gepacificeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gepacificeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gepacificeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gepacificeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gepacificeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gepacificeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gepacificeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gepacificeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gepacificeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| pacificeer | gebiedende wijs |
| pacificeerde | verleden tijd |
| pacificere | aanvoegende wijs |
| pacificerend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gepacificeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te pacificeren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen pacificeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gepacificeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gepacificeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gepacificeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal pacificeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal pacificeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal pacificeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gepacificeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gepacificeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gepacificeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou pacificeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou pacificeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou pacificeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gepacificeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gepacificeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gepacificeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden pacificeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden pacificeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden pacificeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gepacificeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt pacificeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gepacificeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gepacificeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gepacificeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen pacificeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen pacificeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen pacificeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen pacificeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gepacificeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult pacificeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘vrede herstellen’ voor het eerst aangetroffen in 1550
Woordfamilie van pacificeren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gepacificeerd | voltooid deelwoord | pacificeren |
| gepacificeerde | woordvorm | pacificeren |
| pacificeer | gebiedende wijs | pacificeren |
| pacificeerde | verleden tijd | pacificeren |
| pacificeerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | pacificeren |
| pacificeert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | pacificeren |
| pacificere | aanvoegende wijs | pacificeren |
| pacificerend | onvoltooid deelwoord | pacificeren |
| pacificerende | woordvorm | pacificeren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van pacificeren zijn vastgelegd.