paaien
werkwoord /pajə(n)/Betekenis
- de bemanning van een ander schip aanspreken
Hoe spreek je paaien uit?
/pajən/
Paaien bestaat uit twee lettergrepen.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| a | maan |
| j | ja |
| ə | de |
| n | nek |
werkwoord
- het leggen en bevruchten van eieren door vissen unergative
- trachten in het gevlij te komen bij iemand transitive
- het bewerken met harpuis van het dooddeel, het deel van het schip boven de waterlijn
- laten schieten van een kabel
Vervoeging van paaien
paaienhele werkwoord — paaideverleden tijd enkelvoud — paaidenverleden tijd meervoud — gepaaidvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | paai | paaide |
| jij | paait | paaide |
| hij, zij, het | paait | paaide |
| wij | paaien | paaiden |
| jullie | paaien | paaiden |
| zij | paaien | paaiden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gepaaid | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gepaaid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gepaaid | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gepaaid | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gepaaid | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gepaaid | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gepaaid worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gepaaid zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gepaaid worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gepaaid zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gepaaid | verleden tijd, deelwoord |
| gepaaid te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gepaaid te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gepaaid te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gepaaid te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gepaaid te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gepaaid worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gepaaid zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gepaaid zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gepaaid zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gepaaid zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gepaaid | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gepaaid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gepaaid | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gepaaid | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gepaaid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gepaaid | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gepaaid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gepaaid | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gepaaid | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gepaaid | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gepaaid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gepaaid | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gepaaid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gepaaid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gepaaid | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gepaaid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gepaaid | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| paai | gebiedende wijs |
| paaide | verleden tijd |
| paaie | aanvoegende wijs |
| paaiend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gepaaid | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te paaien | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen paaien | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gepaaid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gepaaid | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gepaaid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gepaaid | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gepaaid | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gepaaid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gepaaid | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gepaaid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gepaaid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gepaaid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gepaaid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gepaaid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gepaaid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gepaaid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gepaaid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gepaaid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gepaaid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gepaaid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gepaaid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gepaaid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gepaaid hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gepaaid hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gepaaid hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gepaaid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gepaaid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gepaaid zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gepaaid zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal paaien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal paaien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal paaien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gepaaid | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gepaaid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gepaaid | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gepaaid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gepaaid hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gepaaid hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gepaaid hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gepaaid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gepaaid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gepaaid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gepaaid zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gepaaid zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gepaaid zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou paaien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou paaien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou paaien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gepaaid hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gepaaid hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gepaaid hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gepaaid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gepaaid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gepaaid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gepaaid zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gepaaid zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gepaaid zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden paaien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden paaien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden paaien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gepaaid hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gepaaid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gepaaid zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt paaien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gepaaid hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gepaaid hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gepaaid hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gepaaid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gepaaid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gepaaid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gepaaid zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gepaaid zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gepaaid zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen paaien | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen paaien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen paaien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen paaien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gepaaid hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gepaaid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gepaaid zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult paaien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het ?, in de betekenis van ‘paren van vissen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1648
Woordfamilie van paaien
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gepaaid | voltooid deelwoord | paaien |
| gepaaide | woordvorm | paaien |
| paaide | verleden tijd | paaien |
| paaiden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | paaien |
| paaie | aanvoegende wijs | paaien |
| paaiend | onvoltooid deelwoord | paaien |
| paaiende | woordvorm | paaien |
| paait | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | paaien |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van paaien zijn vastgelegd.