Naar de inhoud

bevredigen

beantwoorden aan een sterk verlangen

bevredigen

werkwoord bəˈvredəɣə(n)

Betekenis

  1. beantwoorden aan een sterk verlangen
  2. het seksuele verlangen door masturbatie stillen

Hoe spreek je bevredigen uit?

/bəˈvredəxən/

Bevredigen bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /bəˈvredəxən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
b bak
ə de
v vis
r rood
e veel
d dak
x acht
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van bevredigen

bevredigenhele werkwoord — bevredigdeverleden tijd enkelvoud — bevredigdenverleden tijd meervoud — bevredigdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik bevredig bevredigde
jij bevredigt bevredigde
hij, zij, het bevredigt bevredigde
wij bevredigen bevredigden
jullie bevredigen bevredigden
zij bevredigen bevredigden
Alle 97 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
bevredig gebiedende wijs
bevredig me eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
bevredig u/je , bevredigt je gebiedende wijs
bevredigd verleden tijd, deelwoord
bevredigd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bevredigd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bevredigde verleden tijd
bevredigde je tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
bevredigde me eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud
bevredigde u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
bevredigde u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
bevredigde zich derde persoon, verleden tijd, enkelvoud
bevredigde zich/u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
bevredigde zich/u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
bevredigden je tweede persoon, verleden tijd, meervoud
bevredigden ons eerste persoon, verleden tijd, meervoud
bevredigden zich derde persoon, verleden tijd, meervoud
bevredige aanvoegende wijs
bevredige zich aanvoegende wijs
bevredigen je tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
bevredigen ons eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
bevredigen zich derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
bevredigend onvoltooid, deelwoord
bevredigt je tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
bevredigt u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
bevredigt u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
bevredigt zich derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
bevredigt zich/u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
bevredigt zich/u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
er is bevredigd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was bevredigd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd bevredigd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt bevredigd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal bevredigd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal bevredigd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou bevredigd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou bevredigd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had bevredigd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had bevredigd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had bevredigd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden bevredigd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden bevredigd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden bevredigd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt bevredigd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb bevredigd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bevredigd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben bevredigd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bevredigd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben bevredigd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt bevredigd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bevredigd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bevredigd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te bevredigen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben bevredigd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen bevredigen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal bevredigd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bevredigd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal bevredigd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal bevredigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal bevredigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal bevredigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal me bevredigen eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal zich bevredigen derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal, zult je bevredigen tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zich bevredigd hebben verleden tijd
zich bevredigend onvoltooid, deelwoord
zou bevredigd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bevredigd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bevredigd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou bevredigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou bevredigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou bevredigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden bevredigd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bevredigd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bevredigd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bevredigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bevredigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bevredigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt bevredigd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bevredigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen bevredigd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bevredigd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bevredigd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bevredigen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen bevredigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bevredigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bevredigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen je bevredigen tweede persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen ons bevredigen eerste persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen zich bevredigen derde persoon, toekomende tijd, meervoud
zult bevredigd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bevredigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult u bevredigen tweede persoon
zult u bevredigen tweede persoon, toekomende tijd, meervoud
zult zich/u bevredigen tweede persoon
zult zich/u bevredigen tweede persoon, toekomende tijd, meervoud

Herkomst

In de betekenis van ‘voldoen aan een behoefte’ voor het eerst aangetroffen in 1784

Woordfamilie van bevredigen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bevredig gebiedende wijs bevredigen
bevredigd voltooid deelwoord bevredigen
bevredigde verleden tijd bevredigen
bevredigden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon bevredigen
bevredige aanvoegende wijs bevredigen
bevredigt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon bevredigen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bevredigen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over bevredigen

Hoe spreek ik bevredigen uit?
Zo spreek je bevredigen uit: /bəˈvredəɣə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van bevredigen?
Bevredigen is een werkwoord. De betekenis is: beantwoorden aan een sterk verlangen. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik bevredigen?
Zo vervoeg je bevredigen zo: de tegenwoordige tijd is bevredig, de verleden tijd is bevredigde en het voltooid deelwoord is bevredigd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord bevredigen is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. V 4
  4. R 2
  5. E 1
  6. D 2
  7. I 1
  8. G 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

bevredigen levert met Wordfeud minimaal 21 en maximaal 87 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. V 4
  4. R 2
  5. E 1
  6. D 2
  7. I 2
  8. G 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 21 zonder bonus
  12. 87 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

bevredigen in het kort

bevredigen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van bevredigen staan er 68 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort bevredigen bij een woordfamilie van 6 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

bevredigen: beantwoorden aan een sterk verlangen
Deel bevredigen — standaardnederlands.nl