overste
zelfstandig naamwoordBetekenis
- iemand die de hoogste leiding van iets heeft
- het hoofd van een abdij of mannenklooster
- een rang in het leger
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| oversten | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘aanspreektitel van een luitenant-kolonel; in België: meerdere in rang’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1588
Woordfamilie van overste
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| oversten | meervoud | overste |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van overste zijn vastgelegd.