overlever
zelfstandig naamwoord, werkwoord ˌovərˈlevərBetekenis
- iemand die geen moeite heeft om moeilijkheden te overleven
Hoe spreek je overlever uit?
/ˌovərˈlevər/
Overlever bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| o | boot |
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| l | land |
| e | veel |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- iemand die zeer bedreigende situaties doorstaat
- iemand die met minimale hulpmiddelen kan overleven in de vrije natuur
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| overlevers | meervoud |
| overlevertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| overlevertjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van overleveren
Vervoeging van overlever
overleverhele werkwoord
Herkomst
Naamwoord van handeling van overleven met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van overlever
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| overlevers | meervoud | overlever |
| overlevertje | verkleinwoord | overlever |
| overlevertjes | verkleinwoord meervoud | overlever |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van overlever zijn vastgelegd.