bever
zelfstandig naamwoord ˈbevərBetekenis
- een knaagdier met platte staart dat meestal in het water vertoeft
- de jongste leeftijdsgroep bij de padvinders (6 - 8 jaren)
- bever
- bever (dier)
- bever (padvindergroep)
Hoe spreek je bever uit?
/ˈbevər/
Bever bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| e | veel |
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- benaming voor zoogdieren uit het geslacht Castor, met platte staart die meestal in het water vertoeven, Castor fiber of Castor canadensis
- jongste leeftijdsgroep bij de padvinders (6 - 8 jaren)
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bevers | meervoud |
| bevertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| bevertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
erfwoord via Middelnederlands bever van Oudnederlands bivur, in de betekenis van ‘knaagdier’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 918
Woordfamilie van bever
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bevertje | verkleinwoord | bever |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bever zijn vastgelegd.