Naar de inhoud

overhoopsteken

op onbezonnen wijze iemand met een steekwapen of mes ernstig verwonden of doden

overhoopsteken

werkwoord

Betekenis

  1. op onbezonnen wijze iemand met een steekwapen of mes ernstig verwonden of doden

Vervoeging van overhoopsteken

overhoopstekenhele werkwoord — stak overhoopverleden tijd enkelvoud — staken overhoopverleden tijd meervoud — overhoopgestokenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik steek overhoop stak overhoop
jij steekt overhoop staakt overhoop
hij, zij, het steekt overhoop stak overhoop
wij steken overhoop staken overhoop
jullie steken overhoop staken overhoop
zij steken overhoop staken overhoop
Alle 146 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben overhoopgestoken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent overhoopgestoken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is overhoopgestoken impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was overhoopgestoken impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd overhoopgestoken impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt overhoopgestoken impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal overhoopgestoken worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal overhoopgestoken zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou overhoopgestoken worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou overhoopgestoken zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had overhoopgestoken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had overhoopgestoken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had overhoopgestoken voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden overhoopgestoken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden overhoopgestoken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden overhoopgestoken voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt overhoopgestoken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb overhoopgestoken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben overhoopgestoken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben overhoopgestoken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben overhoopgestoken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben overhoopgestoken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt overhoopgestoken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft overhoopgestoken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft overhoopgestoken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is overhoopgestoken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is overhoopgestoken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
overhoop te steken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
overhoop te zullen steken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
overhoop zal steken bijzin, toekomende tijd
overhoop zou steken bijzin, voorwaardelijk
overhoop zouden steken bijzin, voorwaardelijk
overhoop zoudt steken bijzin, voorwaardelijk
overhoop zullen steken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
overhoop zullen steken bijzin, toekomende tijd
overhoop zult steken bijzin, toekomende tijd
overhoopgestoken verleden tijd, deelwoord
overhoopgestoken te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
overhoopgestoken te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
overhoopgestoken te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
overhoopgestoken te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
overhoopgestoken te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
overhoopgestoken worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
overhoopgestoken zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
overhoopgestoken zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
overhoopgestoken zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
overhoopgestoken zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
overhoopstaakt bijzin, verleden tijd
overhoopstak bijzin, verleden tijd
overhoopstaken bijzin, verleden tijd
overhoopsteek bijzin, tegenwoordige tijd
overhoopsteekt bijzin, tegenwoordige tijd
overhoopstekend onvoltooid, deelwoord
stak overhoop verleden tijd
steek overhoop gebiedende wijs
te hebben overhoopgestoken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen overhoopsteken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart overhoopgestoken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren overhoopgestoken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren overhoopgestoken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren overhoopgestoken voltooid, verleden tijd, derde persoon
was overhoopgestoken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was overhoopgestoken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was overhoopgestoken voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd overhoopgestoken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd overhoopgestoken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd overhoopgestoken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden overhoopgestoken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden overhoopgestoken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden overhoopgestoken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt overhoopgestoken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word overhoopgestoken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden overhoopgestoken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden overhoopgestoken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden overhoopgestoken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt overhoopgestoken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt overhoopgestoken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal overhoopgestoken hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal overhoopgestoken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal overhoopgestoken hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal overhoopgestoken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal overhoopgestoken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal overhoopgestoken zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal overhoopgestoken zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal overhoopsteken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal overhoopsteken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal overhoopsteken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal overhoopsteken bijzin, toekomende tijd
zijn overhoopgestoken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn overhoopgestoken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn overhoopgestoken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt overhoopgestoken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou overhoopgestoken hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou overhoopgestoken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou overhoopgestoken hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou overhoopgestoken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou overhoopgestoken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou overhoopgestoken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou overhoopgestoken zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou overhoopgestoken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou overhoopgestoken zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou overhoopsteken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou overhoopsteken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou overhoopsteken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou overhoopsteken bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) overhoopsteken overhoop zou(dt) steken bijzin, voorwaardelijk
zouden overhoopgestoken hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden overhoopgestoken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden overhoopgestoken hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden overhoopgestoken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden overhoopgestoken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden overhoopgestoken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden overhoopgestoken zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden overhoopgestoken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden overhoopgestoken zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden overhoopsteken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden overhoopsteken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden overhoopsteken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden overhoopsteken bijzin, voorwaardelijk
zoudt overhoopgestoken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt overhoopgestoken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt overhoopgestoken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt overhoopsteken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt overhoopsteken bijzin, voorwaardelijk
zullen overhoopgestoken hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen overhoopgestoken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen overhoopgestoken hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen overhoopgestoken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen overhoopgestoken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen overhoopgestoken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen overhoopgestoken zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen overhoopgestoken zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen overhoopgestoken zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen overhoopsteken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen overhoopsteken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen overhoopsteken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen overhoopsteken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen overhoopsteken bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van overhoop en steken

Woordfamilie van overhoopsteken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
overhoopgestoken voltooid deelwoord overhoopsteken
overhoopstak subordinate-clause, verleden tijd overhoopsteken
overhoopstaken subordinate-clause, verleden tijd overhoopsteken
overhoopsteek subordinate-clause, tegenwoordige tijd overhoopsteken
overhoopsteekt subordinate-clause, tegenwoordige tijd overhoopsteken
overhoopsteke with-subordinate-clause overhoopsteken
overhoopstekend onvoltooid deelwoord overhoopsteken
overhoopstekende woordvorm overhoopsteken
stak overhoop verleden tijd overhoopsteken
staken overhoop aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon overhoopsteken
steek overhoop gebiedende wijs overhoopsteken
steekt overhoop aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon overhoopsteken
steke overhoop woordvorm overhoopsteken
steken overhoop aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon overhoopsteken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van overhoopsteken zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over overhoopsteken

Wat betekent overhoopsteken?
Overhoopsteken is een werkwoord. Het woord betekent: op onbezonnen wijze iemand met een steekwapen of mes ernstig verwonden of doden.
Hoe vervoeg je overhoopsteken?
Je vervoegt overhoopsteken als volgt: het voltooid deelwoord is overhoopgestoken. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord overhoopsteken is 27 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. V 4
  3. E 1
  4. R 2
  5. H 4
  6. O 1
  7. O 1
  8. P 3
  9. S 2
  10. T 2
  11. E 1
  12. K 3
  13. E 1
  14. N 1
  15. 27 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

overhoopsteken levert met Wordfeud minimaal 28 en maximaal 108 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. V 4
  3. E 1
  4. R 2
  5. H 4
  6. O 1
  7. O 1
  8. P 4
  9. S 2
  10. T 2
  11. E 1
  12. K 3
  13. E 1
  14. N 1
  15. 28 zonder bonus
  16. 108 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

overhoopsteken in het kort

overhoopsteken staat in dit woordenboek als werkwoord. Van overhoopsteken zijn 90 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort overhoopsteken bij een woordfamilie van 14 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

overhoopsteken: op onbezonnen wijze iemand met een steekwapen of mes ernstig verwonden of doden
Deel overhoopsteken — standaardnederlands.nl