overgrootouder
zelfstandig naamwoord /ˈovərɣrotˌʌʊdər/Betekenis
- een ouder van een grootouder
Hoe spreek je overgrootouder uit?
/ˈovərxrotˌʌudər/
Overgrootouder bestaat uit vijf lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| o | boot |
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| x | acht |
| t | tak |
| ʌu | koud |
| d | dak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| overgrootouders | meervoud |
| overgrootoudertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| overgrootoudertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van overgroot en ouder
Woordfamilie van overgrootouder
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| overgrootouders | meervoud | overgrootouder |
| overgrootoudertje | verkleinwoord | overgrootouder |
| overgrootoudertjes | verkleinwoord meervoud | overgrootouder |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van overgrootouder zijn vastgelegd.