Naar de inhoud

overeenstemmen

gelijkenis vertonen

overeenstemmen

werkwoord

Betekenis

  1. gelijkenis vertonen
  2. in overeenstemming brengen

Vervoeging van overeenstemmen

overeenstemmenhele werkwoord — stemde overeenverleden tijd enkelvoud — stemden overeenverleden tijd meervoud — overeengestemdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik stem overeen stemde overeen
jij stemt overeen stemde overeen
hij, zij, het stemt overeen stemde overeen
wij stemmen overeen stemden overeen
jullie stemmen overeen stemden overeen
zij stemmen overeen stemden overeen
Alle 74 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
had overeengestemd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had overeengestemd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had overeengestemd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden overeengestemd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden overeengestemd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden overeengestemd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt overeengestemd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb overeengestemd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben overeengestemd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben overeengestemd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben overeengestemd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben overeengestemd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt overeengestemd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft overeengestemd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft overeengestemd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
overeen te stemmen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
overeen te zullen stemmen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
overeen zal stemmen bijzin, toekomende tijd
overeen zou stemmen bijzin, voorwaardelijk
overeen zouden stemmen bijzin, voorwaardelijk
overeen zoudt stemmen bijzin, voorwaardelijk
overeen zullen stemmen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
overeen zullen stemmen bijzin, toekomende tijd
overeen zult stemmen bijzin, toekomende tijd
overeengestemd verleden tijd, deelwoord
overeengestemd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
overeengestemd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
overeenstem bijzin, tegenwoordige tijd
overeenstemde bijzin, verleden tijd
overeenstemden bijzin, verleden tijd
overeenstemmend onvoltooid, deelwoord
overeenstemt bijzin, tegenwoordige tijd
stem overeen gebiedende wijs
stemde overeen verleden tijd
te hebben overeengestemd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen overeenstemmen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal overeengestemd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal overeengestemd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal overeengestemd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal overeenstemmen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal overeenstemmen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal overeenstemmen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal overeenstemmen bijzin, toekomende tijd
zou overeengestemd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou overeengestemd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou overeengestemd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou overeenstemmen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou overeenstemmen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou overeenstemmen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou overeenstemmen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) overeenstemmen overeen zou(dt) stemmen bijzin, voorwaardelijk
zouden overeengestemd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden overeengestemd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden overeengestemd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden overeenstemmen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden overeenstemmen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden overeenstemmen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden overeenstemmen bijzin, voorwaardelijk
zoudt overeengestemd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt overeenstemmen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt overeenstemmen bijzin, voorwaardelijk
zullen overeengestemd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen overeengestemd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen overeengestemd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen overeenstemmen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen overeenstemmen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen overeenstemmen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen overeenstemmen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen overeenstemmen bijzin, toekomende tijd
zult overeengestemd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult overeenstemmen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult overeenstemmen bijzin, toekomende tijd
zult/zal overeenstemmen overeen zult/zal stemmen bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van overeen en stemmen

Woordfamilie van overeenstemmen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
overeengestemd voltooid deelwoord overeenstemmen
overeengestemde woordvorm overeenstemmen
overeenstem subordinate-clause, tegenwoordige tijd overeenstemmen
overeenstemde subordinate-clause, verleden tijd overeenstemmen
overeenstemden subordinate-clause, verleden tijd overeenstemmen
overeenstemme with-subordinate-clause overeenstemmen
overeenstemt subordinate-clause, tegenwoordige tijd overeenstemmen
stem overeen gebiedende wijs overeenstemmen
stemde overeen verleden tijd overeenstemmen
stemden overeen aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon overeenstemmen
stemme overeen woordvorm overeenstemmen
stemmen overeen aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon overeenstemmen
stemt overeen aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon overeenstemmen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van overeenstemmen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over overeenstemmen

Wat is de betekenis van overeenstemmen?
Overeenstemmen is een werkwoord. De betekenis is: gelijkenis vertonen. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik overeenstemmen?
Zo vervoeg je overeenstemmen zo: het voltooid deelwoord is overeengestemd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord overeenstemmen is 24 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. V 4
  3. E 1
  4. R 2
  5. E 1
  6. E 1
  7. N 1
  8. S 2
  9. T 2
  10. E 1
  11. M 3
  12. M 3
  13. E 1
  14. N 1
  15. 24 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

overeenstemmen levert met Wordfeud minimaal 24 en maximaal 96 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. V 4
  3. E 1
  4. R 2
  5. E 1
  6. E 1
  7. N 1
  8. S 2
  9. T 2
  10. E 1
  11. M 3
  12. M 3
  13. E 1
  14. N 1
  15. 24 zonder bonus
  16. 96 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

overeenstemmen in het kort

overeenstemmen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van overeenstemmen staan er 45 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort overeenstemmen bij een woordfamilie van 13 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

overeenstemmen: gelijkenis vertonen
Deel overeenstemmen — standaardnederlands.nl